Het gaat steeds beter

Mijn laatste berichtje is al weer een tijd geleden. Het ging over de geweldige Zeeuwsetrainingsloop. Twee dagen nadien liep ik de 10 km bij de Ronde van West. Het was weer zo’n avond dat de vochtheidsgraad mega hoog lag. Niet normaal. Het water stroomde al van je lichaam af als je met je ogen knipperden. Maar het ging niet slecht. Na een “snelle” start, liep het de tweede helft iets minder snel. Bij de finish mocht ik toch nog 45’09” noteren. Ik denk, en daar ben ik niet alleen in, dat het parcours te kort was (garmincijfertjes). Hier vind je de uitslag.

hinkelen – rechts, rechts, rechts

Een paar dagen later mocht ik weer bij de fysiotherapeut opdraven. “Loop je daar nog
steeds?” “Ja, daar kom ik nog steeds” “Komt het ooit weer goed” “Tuurlijk, komt het goed”. Ik kreeg die dag een krachtmetingstest. Die had ik in juni ook al gehad. Toen werd duidelijk dat de kracht in het “slechte” been 30/35% minder was dan het “goede”. Daar heb ik aan gewerkt. Dit resulteerde in een verbetering van het “slechte” been met wel 16%. Het nadeel was dat het verdomde “goede” linkerbeen ook sterker was geworden. Gelukkig niet zo goed als het rechter. Doordat ik weer sneller hardloop, wordt de spierkracht zowel links als rechts sterker. Nu doe ik alleen nog krachtoefeningen voor het rechterbeen. Links mag lekker niet meer meedoen.

Daarna zijn we voor bijna 3 weken op vakantie geweest naar Frankrijk. Eerst camping La Bergerie in Argeles Gazost in de pyreneeën. Bijzonder mooie en rustige omgeving. Flink gewandeld, gefietst en hard gelopen.

De tweede camping had aan de Atlantische Kust moeten liggen. Echter, het weer was niet helemaal stabiel aan de westkust. Dus toch maar naar de oostkant getrokken. We kwamen uit in Marseillan-plage. Heel wat anders dat de vorige camping. Nog vrij druk hier en een heel ander slag volk. Veel vreetschuren en ook niet echt een heel leuk plaatsje. Camping Charlemagne (onderdeel van Les Mediterranees) was best goed. Dat gelukkig wel. En vrij dicht bij het strand. Ook hier hebben we het prima naar ons zin gehad.

Een dag voor vertrek naar Frankrijk liep ik een 27 km. Aangezien de Berenloop op het programma staat, liep ik de tweede dag na thuiskomst 31 km. Dergelijke afstanden in het buitenland lopen lukt mij meestal niet (te warm, heuvels, geen goed parcours en nog meer smoezen).
Eerder schreef ik, voor wie het nog weet en/of interesseert, dat ik toch nog wel wat last van mijn kuit had. Tijdens de Zeeuwsetrainingsloop heb ik (oefen)tips van fysiotherapeut Dian gekregen. Hiermee ben ik aan de slag gegaan. En ik moet zeggen dat het werkt. Het is nog niet 100% genezen, maar ik merk dat het beter gaat. Dank Dian van JOFIB Fysiotherapie Fijnaart.

Zoals misschien bekend had ik voor 2011 ingeschreven voor de 60 van Texel. Door mijn knieblessure kon ik deze ultra niet lopen. Toch heb ik toen een mooi weekend gehad. Aangezien deze wedstrijd om het jaar wordt gelopen, had ik de inschrijvingsdatum van 2013 al dik in mijn agenda genoteerd. De deelnamelimiet ligt op 400. Binnen 24 uur was het vol. Vorige keer duurde het iets langer.
Nu vraag ik mij zelf al af of ik bij een dergelijke wedstrijd thuishoor. Want ik heb in 2011 gezien wat het voorstelt. Ik heb zo’n vermoeden dat er atleten overmoedig zijn geweest met hun inschrijving. We zullen zien wie er aan de start verschijnt. Wat dat is vaak nog moeilijker dan een wedstrijd zelf lopen. Uiteraard moet ik zelf die start ook nog zien te halen. Dat realiseer ik me wel degelijk.

Texel 2011. Vele bekenden op deze foto. Voor mij 5 lopers!!!

Als voorbereiding op Texel ben ik ook ingeschreven voor de 38 km van Trail by the sea. Lijkt me een loodzware wedstrijd in de Zeeuwse duinen en het strand.

Gisteren liep ik de Oosterparkloop in Ridderkerk. Dit keer 15 km. Ondanks een zware trainingsweek (voor mij doen) ging het goed. Het was toch nog aardig warm. Begin juli liep ik een 15 km in 1:13:16. Dit keer was het doel 1:11/1:12. Ik liep niet echt makkelijk. Zwoegen, wind tegen, wisselende kilometertijden, warm en nog meer ellende ;-). Maar, ik mag niet klagen over de tijd: 1:08:16. (garmincijfertjes) Naar mijn mening, en daar ben ik weer niet alleen in, was het parcours te kort. Wat is dat toch met die organisaties die geen juiste afstanden kunnen meten. Desondanks is dit een prima loop met veel enthousiaste vrijwilligers. Het leverde overigens Gudy en dochter Daniëlle een p.r op. Hier staat de uitslag.

Foto: Leny Klaar

Advertenties

Een Runner is back on track

Het is zwaar geweest de afgelopen anderhalf jaar. Niet hardlopen. Niet naar de club. Geen marathons lopen. Geen wedstrijdjes. Niet de geur van massageolie opsnuiven in kleedkamers. Het gemis van zweetlucht. Het niet kunnen horen van aansprekende prestaties. Geen weblog-/twitterloopjes. Geen sterke verhalen op mijn weblog.
Ploeteren bij de fysiotherapeut (ondertussen 103 keer bezocht) is waar het mee begon. Echt ploeteren. Het gehannes met krukken. Pijn en irritatie bij iedere stap. Een paar keer per week naar de sportschool. In de winter buiten fietsen om in conditie te blijven. Baantjes zwemmen in het plaatselijke zwembad. De eerste hardloopmeters eind januari waren een ramp. vijf keer 1 minuut met een pijn in de knie van heb ik jou daar. De donkere avonden van februari en maart. Alleen op het fietspad proberen er wat van te maken. En ik kan je zeggen dat het niet veel was. Dit geploeter leverde wel op dat ik de marathon van Rotterdam kon “shuffelen”. Daarna ging het al snel beter. En zo gaat het nu iedere maand, iedere week beter. Gisteren was het een jaar geleden dat ik voor de tweede keer onder het mes ging.

Voor de broodnodige inspiratie keek ik vaak naar het filmpje hieronder van Team Distance Runners met de muziek van Eminem (Lose Yourself), afkomstig van de soundtrack van de film 8 Mile. Dit gaf mij de kracht om door te gaan. Oefeningen, die de laatste weken en maanden steeds zwaarder zijn geworden bij de fysiotherapeut, gaan nu steeds meer resultaat opleveren. Alsmede de 8 kg gewichtsverlies sinds april. Het lopen gaat steeds beter en sneller, maar nog lang niet snel genoeg. Daarvoor moet nog hard getraind worden. Ik kan ieder geval zeggen dat ik back on track ben.


Mocht je het filmpje niet zien, dan is hier de link.

Dat het steeds beter gaat blijkt wel uit deze cijfertjes:

Op zoek tussen A en G

De dag na mijn vorige bericht liep ik een 10,2 km bij AVS ’90 in Standdaarbuiten. Gudy liep de 15 km. De eerste twee rondes konden we zo samen lopen. Beter gezegd. Gudy bleef bij mij lopen, want die loopt natuurlijk veeeeeeel sneller dan ik. Op de 10 km had ik 54’08” op het klokkie staan en bij de finishlijn 54’58” (netto) op de 10,2 km (Uitslag). Het ging nog niet allemaal soepel en moest er hard voor werken om dit tempo vast te houden en “netjes te blijven” lopen.

In mijn vorige bericht schreef ik dat ik weer een clubtraining had meegedaan. Dat was in groep E. De loopgroepen zijn onderverdeeld van A tot en met G. Voor mijn blessure liep ik in de A-groep. Of ik dat niveau ooit weer zal halen, zullen we zien. Het is geen doel. Genieten van het hardlopen, lekker in beweging zijn en presteren op mijn niveau is het belangrijkste. De baantraining van vorige week donderdag liep ik in groep F. Gezellig met alleen maar dames, die het ontzettend warm hadden (niet van mij hoor), door de buitentemperatuur. De nieuwe trainster riep naar mij: “Jij bent de enige die geen last heeft van de warmte”. “Dat is ervaring”, riep ik. Ik moest wat zeggen. Wist zij wie ik was! Ondanks dat ik niet snel liep, liep ik alleen voorop. Maar dat is helemaal niet leuk. Ik loop liever tussen andere lopers in.

Op woensdag 23 mei was er een familie-uitje. Mijn dochters en ik liepen mee met de Workx Stratenloop in Ridderkerk. Een 5 km over ruim 3 rondjes door het dorp. De meiden zagen hun kans schoon en dachten dat ze hun oude vader er nu wel uit konden lopen. Ze gingen dan ook voortvarend van start. Helaas (voor hen) won die ouwe weer. Het ging niet slecht die avond. Na 23’47” passeerde ik de finish. Ik was zelf ook verbaasd. De meiden liepen allebei een p.r.: 26’30” en 26’50” (uitslag).

Dan was het natuurlijk roparunweekend. Gudy liep voor de 6e keer de roparunHaar team startte in Parijs. Geblesseerd team- en clubgenoot Michel twitterde mij zaterdagavond of ik zin had om mee te gaan op zoek naar team131 in de buurt van Dendermonde. Na even de slaap uit mijn ogen geveegd te hebben, besloot ik om mee te gaan. En daar heb ik geen spijt van gehad. Als een (tropische)verrassing stonden Michel en ik in onze roparunshirts, met oranje ratel (ja, we waren 2 weken te vroeg) langs de kant. Al zwaaiende lieten we de lopersbus van team131 stoppen. Wat is dat, dachten ze? De organisatie? Een “stop-en-go”? Gelukkig waren het die twee geblesseerden uit Ollande. Rond 2 uur ’s nachts was ik thuis. Bedankt Michel voor de rit en de gezelligheid. Een uurtje of 11 later stonden Michel en ik al weer aan de voet van de Heinenoordtunnel, waar de roparunners de “bewoonde” wereld inkwamen.

Ook mijn eigen team leverde weer een prachtige prestatie in de roparun. Zij liepen dit keer uit Hamburg en wisten ook de Coolsingel te bereiken. De roparun is een goed initiatief met al die deelnemers die zich inzetten voor de zieke medemens. Volgend jaar waarschijnlijk nog meer teams aan de start.

Terug naar de groepen. Deze week heb ik het “hoger op” gezocht. Dit keer werd het de C-groep van Gina en Gudy. Zowel dinsdag als donderdag deed ik mee. Dinsdag draaide het redelijk bij de baantraining (2 x (3 x 800) + 1 x 1000), donderdag (3 x 1900 viaduct) ging niet soepel. En uiteraard liep ik nu ergens achterin. Er zit best wel een logica bij de indeling van die groepen ;-).

Afgelopen dinsdag bezocht ik, zoals al 14 maanden, de fysiotherapeut. Het gewicht bij de squats en de lunges ging omhoog van 5 kg naar 20 kg. Dat is enorm kan ik je zeggen. Mijn knie reageerde daar dan ook op in de vorm van stijfheid: het schranier liep wat stroever. De belasting wordt natuurlijk steeds zwaarder en de knie moet daar iedere keer aan wennen. En zo moet die grens steeds opschuiven en blijft het voor mij dus niet altijd soepel aanvoelen. Soms dus wat minder doen, en dan moet het steeds beter gaan.

Komende zondag doe ik weer een poging op de 10 km bij de Kikarun in het Kralingse Bos. Fijn weekend.

Het rolt wat beter

Na de euforie van de marathon moest er weer normaal gedaan worden. Even ongetraind een marathon lopen is natuurlijk geen kattenpis. Alhoewel ik moet zeggen dat de spieren niet heel erg protesteerden. Op dinsdag na de marathon keek de fysio naar de knie. Klein beetje was zichtbaar dat “hij” gewerkt had, maar geen vocht of zo in de knie.

Na 5 dagen rust mocht ik wel weer gaan lopen van mij zelf. En wat bleek. Het rolde veel beter dan voorheen. Ik liep 10 km met daarin 10 x 2 minuten versnelling en 1 minuut pauze. De versnelling ging gemiddeld in 5’40” per km. Whow, ongeveer een minuut sneller dan de kilometertijd die ik bij de marathon liep. En zo liep het daarna nog beter, en beter en toen nog beter.

Ach, en dat weet je dat de klad erin komt. Het synchroon lopen heb ik nog niet helemaal onder controle. Dus achtereenvolgens kreeg ik last van mijn hamstrings, aanhechting achillespees, kuit en quadriceps. Uiteraard aan mijn “geblesseerde” kant. Dit alles is ondertussen weer een beetje in het gareel.

Op 9 mei liep ik met mijn dochter de 10 km bij de Verkerkloop. Ze zocht een goede haas en kwam natuurlijk bij mij uit ;-). Haha. Een dag ervoor had ik nog niet het idee dat ik de geplande 5’45” per km zou gaan halen. Om een lang verhaal kort te maken: we hebben het gehaald. 56’47”. Een vet record met een kekke negatieve split.

Ik had de smaak nu helemaal goed te pakken. Dit resulteerde in een training bij CAV Energie afgelopen dinsdag. Voor het eerst sinds 16 maanden weer een groepstraining bij de club. Een leuke pyramide.

Het nadeel van sneller lopen is dat de knie (lees knieschijf ook wel patella genoemd) meer reageert. Ik leg het nog een keer uit. Ik heb 25 jaar of zoiets (wie het weet mag het zeggen) zonder kruisband gefunctioneerd. Die knie had dus een ruimte van binnen, daar zeggen je ‘U’ tegen. De boel is nu vastgezet, aangedraaid, vastgelijmd, etc. Het kraakbeen is vaster tegen elkaar aangedrukt. En wat je vaak ziet bij mensen met langdurig kruisbandletsel (ik dus) is dat het boeltje van binnen een langere tijd nodig heeft om te wennen aan de nieuwe (standvastige) situatie. That’s it. Volgens de fysio ben ik het lijvende bewijs van een langdurig kruisbandletselfiguur. Ze zouden zo op mij kunnen afstuderen. Doe ik wat teveel en te snel, dan voel ik dat voornamelijk rond de knieschijf. Maar, ik ben tevreden, want het rolt wel steeds beter.

Ik ga starten …… ech wel

Om maar direct met de deur in huis te vallen: Zondag ga ik van start in de Marathon Rotterdam.

In mijn vorige bericht schreef ik dat ik flink aan het trainen was. De laatste lange duurloop was 30 km geweest. Natuurlijk moet ik ook afbouwen (“je moet nog opbouwen”, mafkees) Dus liep ik afgelopen zaterdag slechts 21 km. Dit keer alleen de shuffle, dat overigens al een beetje op hardlopen begint te lijken. Drie weken geleden zag mijn knie enigszins het licht. Dat moet dus voldoende zijn: drie weken goed trainen.

De Marathon Rotterdam heb ik tot nu toe 22 keer volbracht: 1987 (4:03) – 1990 (4:53 -mijn record ;-)) – 1991 (4:10) – 1992 (4:10) – 1993 (3:57) – 1994 (3:38) – 1995 (3:47) – 1996 (3:44) – 1997 (3:33) – 1998 (3:39) – 1999 (3:26) – 2000 (3:31) – 2001 (3:28) – 2002 (3:28) – 2003 (3:35) – 2004 (3:35) – 2005 (4:02) – 2006 (3:26) – 2007 (3:34) – 2008 (3:32) – 2009 (3:34) – 2010 (3:27).
Misschien begrijp je het een beetje (of helemaal niet: jammer dan) dat ik hier altijd wil proberen te starten. Zeker omdat het mijn woonplaats is, half Rotterdam en omstreken langs de kant staat, veel atleten van de club meedoen en het de mooiste marathon van Nederland is. En sinds dit jaar het klassement van de supermarathonmasters.

Uiteraard weet ik dat het een helle tocht kan gaan gaat worden. Mijn dwaze idee heb ik natuurlijk met mijn fysiotherapeut besproken. Hij gaf groen licht (hij kent me ;-)). Met jou durf ik het wel aan, zei hij. Ik kan niets kapot lopen. Ik ga ook zeker niets forceren. Tijd is dus totaal onbelangrijk. Ik moet, kan en wil ook zeker in het begin niet te snel gaan. Dat is het beste (voor de knie). De limiet ligt op 5,5 uur. In principe moet dat haalbaar zijn. In ieder geval zal het een tijd worden die nog niet op mijn marathontijdenlijstje staat ;-), als ik de finish haal. Dit lijstje staat ondertussen al een tijdje op 69. Het wordt tijd dat de 70 deze plaats inneemt. En of dat gaat lukken, is voor mij net zo’n grote vraag, als voor ieder ander. Ik zou zeggen: “Komt dat zien”

Zie je zondag ergens in de achterhoede een loper met een raar pasje, heb geen medelijden. Ik ben het. Ik doe het mezelf aan. Ga niet roepen dat ik moet gaan rennen als ik wandel. Daar is een reden voor ;-).
Ik wens de echte atleten heel veel succes.

Vorderingen

De vorderingen die een geblesseerde hardloper maakt zijn klein. Althans voor de loper zelf wel. Nu kan ik ‘mijn toestand’ niet echt een blessure noemen. Ik vond het eerder een gemis: geen kruisband. Dit is anders dan een spierblessure, een paar dagen auw aan de knie of een snotneus, zelfs een klein zweepslagje is dan niks. Ik heb vroeger wel eens doorgelopen met een blessure, omdat het ging. Natuurlijk niet verstandig. Maar dit is anders. Nu ging het echt niet meer.

In mijn vorige bericht schreef ik dat ik al weer lekker aan het hobbelen was. Minuutjes, zelfs series van 5 minuutjes met langere stukken wandelen. Sinds kort ben ik de boel een beetje aan het opvoeren met een soort snelwandelen annex zeer langzaam hardlopen. Laten we het de ‘shuffle’ noemen, maar dan niet dansend. Kijken of de knie dat leuk vindt. Op donderdag 22 maart deed ik voor het eerst “gek”. Half uur de shuffle en 3 x 10 minuten hardlopen en twee minuten wandelen, afsluitend met weer een half uur de shuffle. Ik kwam aan 13,5 km in een gemiddeld tempo van 7’09” per km.

De knie vond het ook goed. Dus dat smaakte naar meer. Ik keek eens naar de kalender van de maand april. Dat schoot al op. Ik keek nog eens. En ik keek hier naar. Aangezien ik dichtbij de laatste link woon, begon ik op zaterdag 24 maart aan een leuk rondje Rotterdam-Zuid. Als je bij de juiste linkjes kijk, zie je enige overeenkomsten van het parcours. Met mijn shuffle van een half uur, 12 minuten hardlopen en 3 minuten wandelen (en dat een paar keer) kwam ik na 23 km en 2:41:18 weer bij het beginpunt van het Rondje op Zuid aan. Dit keer lag het gemiddelde op 7’01” per km.

Dit ging goed. De knie was goed belastbaar. Het is nog geen hardlopen, maar het is in ieder geval wat. Op maandag 26 maart vertrokken Gudy en ik richting Overijssel voor een midweekje Landal. Ook die dag liep ik hard en deed ik nog gekker. 5 km achter elkaar. Om het verhaal kort te houden. Een dag later 7,5 km en twee dagen later 10 km!! aan één stuk. De knie was wel ietsjes aan de stijve kant, maar zeker niet erger als het ooit was.
Dus gisteren liep ik weer een leuk stukje: 30 km om precies te zijn, want ik had weer op op de koelkast gekeken. Dit keer via het principe 20 minuten shuffle en 10 minuten “hardlopen” …… en dan kom je aan een gemiddelde van 6’42” per km. Je ziet dat ik de shuffle onder ‘de knie’ begin te krijgen.

Ondertussen kijk ik weer op de koelkast en heb ik bij de fysio al een visje uitgegooid. Hij vindt het een mooi doel. Later vroeg hij: “Wanneer is het eigenlijk?” “Uh, op 15 april”, zei ik. Ik train en droom nog even verder.

Hoe gaat het?

Die vraag krijg ik nog wel eens. Heel fijn dat mensen met je meeleven om mijn tweede hardloopleven op gang te krijgen. De fysiotherapeut bezoek ik nog steeds trouw twee keer per week. Komende week krijg ik vast een taart van hem als ik al een jaar zijn “deur platloop”. Het 75e bezoek aan de fysio, annex sportschool is ondertussen gepasseerd. Maar ik ga door. Er is geen keuze. Of thuis op de bank zitten en nooit meer hardlopen of er hard voor werken.

In mijn vorige bericht schreef ik dat ik net was begonnen met 5 x 1 minuut hardlopen. Ook schreef ik over mijn kunsten als Ian Thorpe. Die laatste heb ik ondertussen met zwembroek en al “naar de bodem laten zinken”. Het is nu toch het hardlopen waarin ik mijn energie kwijt kan. Drie keer per week wandelen / hardlopen, twee keer per week fysiotherapie, paar keer per week naar mijn werk fietsen en nog een zeldzame poging om de sportschool van binnen te bekijken. Dan is de week snel vol en mijn knie het zat.

Training van donderdag 8/3

Na 5 x 1 minuut volgde 10 x 1′, 5 x 1′ – 5 x 2′ – 5 x 1′, 12 x 2′ en zelfs 16 x 2′. Afgelopen donderdag stond 6 x 5′ op het programma met 1 minuut wandelen. Het hardlopen combineer ik met wandelen. Het inlopen als hardloper is bij mij wandelen. Ik kom in het weekend dan tot afstanden van 15 tot 25 km. Doordeweeks meestal 8 tot 10 km. Het tempo is ondertussen ook wat omhoog gegaan. Was ik eerst nog stoffel de schildpad. Nu zit ik rond de 6’30” per kilometer.

De fietsersHet hardlopen gaat dus steeds beter . Het probleem is dat de patella (knieschijf) nog niet helemaal soepel meewerkt. Dat gaat wel steeds beter. Mijn knie heeft ca. 25 jaar zonder kruisband gefunctioneerd en nu zit er ineens een strak “touw” in en denkt hij “dat voelt raar”, “even wennen”.

Bij de club kom ik nu ook wat meer omdat iedere twee weken de marathontrainingslopen worden georganiseerd. Liep ik voorheen als voorloper, nu begeleid ik een groep op de fiets. Ook leuk om te doen. Morgen is het weer zover. 32 km. Fijn weekend.