En dat was nr. 12 – Flevoland

Op zaterdag 11 januari was het eindelijk zover. Ik liep er al jaren ‘tegen aan te hikken’. Een marathon lopen in de provincie Flevoland. En daarmee de 12e en laatste provincie te kunnen afstrepen. Je moet wat doen om jezelf voor het lopen van marathons gemotiveerd te houden.

Mijn oog was de laatste maanden op de Mollen Marathon in Almere gevallen. Een kleinschalige marathon van de Marathonclub de Mollen, onder de bezielende leiding van ultralegende Ben Mol. Ben, ondertussen 70+-er, loopt nog regelmatig marathons. En dan bedoel ik echt regelmatig. Daar stel ik niks bij voor. Dus niet meer aan mij vragen: “Ga je al weer een marathon lopen?”. Ben houdt zijn eigen
marathon ongeveer 2 keer per week. En dan loopt hij zelf vrolijk mee. Afgelopen jaar legde hij de (ultra)marathonafstand liefst 101 keer (!!!) af, waarmee hij ondertussen bijna de 900 finishes op de magische afstand aantikt.

De start was om 9 uur. Rond 7.15 uur vertrok ik uit Rotterdam. Het was koud. Er stond een gure wind. Verder was het prima loopweer. En ook voor de wind heeft Ben een oplossing. De route bestaat uit een aanloopstuk van 2,5 km en daarna loop je 7 ronden van 5,7 km. Komt de wind uit het noorden/oosten, dan lopen we tegen de klok in. Komt ie uit het westen/zuiden, dan lopen we met de klok mee. Handig. En zo lopen we die dag met de klok mee, waarmee je de meeste wind op het langste stuk en op de dijk langs het Markermeer mee hebt. De route is met blauwe strepen gemarkeerd.

Voor de start wordt de traditionele foto gemaakt. Dit keer 9 lopers, waarvan er 7 de marathonafstand zouden afleggen. Geen publiek, geen zingende kraanmachinist, geen helicopters, geen drukte bij de startvakken, geen tijdregistratiesystemen en geen startnummer op je shirt (wel in de uitslag: startnummer 9). Verder: geen kleedkamer, geen douche, geen toilet en geen verzorging. De marathon is zelfvoorzienend. Iedere ronde wordt langs de parkeerplaats gelopen en is verzorging mogelijk. Er stond een tafeltje waarop je je bevoorrading kon neerzetten. Maar in de praktijk ging bij de meeste lopers na iedere ronde de kofferbak van de auto open, werden wat happen van een boterham, eierkoek of banaan genomen en een slok drinken, kofferbak weer dicht en op
naar de volgende ronde. Op mijn garmin zie ik dan ook dat ik aan looptijd 4:11 heb staan en mijn eindtijd was 4:17. Dat betekent 6 minuten eten en drinken. We hadden immers geen haast ;-).

Na het aanlooprondje (een heen en weertje) volgt de 1e ronde over 5,7 km. De wind is eerst wat tegen. Al snel draaien we en ‘loopt’ het beter. De Oostvaardersdijk op, langs het Markermeer. Daar lopen we een paar honderd meter en dan draaien we al weer naar rechts richting de eerste stop bij de parkeerplaats. En zo draaien we onze rondjes af. En dat gaat eigenlijk best wel snel. Voordat je het weet mag je weer een hap van je eierkoek nemen.

Na een rondje of 3 kom ik op kop te lopen. In mijn hoofd had ik al mijn lijstje van welke eindtijden ik nog open had staan. Het zou deze keer tussen de 4:17 en 4:20 moeten worden. Al deze tijden stonden nog open. Hoe verder we komen, realiseer ik dat ik niet te hard moet gaan. Want 4:16 of sneller is geen optie. Dan zou het 4:09 moeten worden, maar daar heb ik geen zin meer in dat haal ik niet meer. Ik probeer zo rustig mogelijk te lopen. Maar achter mij loopt nog een man van de lange adem, Lex de Boer. En die weet van geen wijken. Ik zou makkelijk nog kunnen versnellen, maar dat is geen optie. Ik houd Lex in de gaten. De afstand blijft toch wel zo’n 200 meter. In de laatste kilometer moet ik slechts heel lichtjes wat inhouden, maar het is voldoende om Lex voor te blijven, 4:17 weg te strepen en als eerste te finishen. Dit is al mijn 2e ‘overwinning’ op een marathon. Eerder deed ik dat in 2010 in de provincie Groningen. Toen wel liefst 4 finishers ;-).

Ben heeft het prima geregeld. Een leuk parcours. Zelfs nog een uitslag, zodat het allemaal officieel is en nog een certificaat. Bij de finish staat op het campingtafeltje een doosje met daarin een schrift. Daar kan je je eindtijd opschrijven, en eventueel je gelopen afstand als je minder dan de marathon hebt gelopen.

Wil je je aantal marathons een beetje opschroeven, dan kan je hier 2 keer per week terecht. Altijd leuk om te weten. Ook weer eens leuk om in een andere omgeving te lopen. De route ligt aan de Oostvaardersplassen. In de vroege ochtend zagen we nog wat edelherten rondlopen. Het is weer eens wat anders.

En Ben? Die liep een dag later al weer de strandmarathon in Den Haag, want ‘rust roest’, zegt hij altijd. Geweldig.

Schuilen voor de wind

(foto: AV Spark)

Ik kijk eens om me heen. Nog ongeveer 15 lopers in ons groepje met de pacers van de 4 uur voorop. Een loper moet een gaatje laten vallen. We lopen op 38 km. Ik voel me nog sterk en laat me iets terugzakken en ‘haal’ de loper terug naar de groep. Uiteindelijk kan hij bij de groep blijven en finisht binnen de 4 uur. De laatste drankpost, net voorbij de 40 km. Het groepje valt enigszins uit elkaar, dat heb je wel vaker bij een drankpost. Maar als het de laatste is, wordt er meestal niet meer op elkaar gewacht: zo snel mogelijk naar de finish. Henk versnelt iets en komt voor de groep te lopen. Ik heb het snel door en volg Henk. We lopen ineens een kilometer van 5’20”. We passeren het bordje met ’41 km’ erop. Even rekenen. Dat moet 3:58 worden. En inderdaad. We passeren de finish in 3:58:31. Mijn 112e (ultra)marathon zit erop. Het was weer een mooi evenement.

Na de Kustmarathon (5 oktober), Beachy Head Marathon (26 oktober) en ’t is voor niksloop (24 november), werd de Spijkenisse Marathon op 15 december de 4e marathon in 2,5 maand. Het gaat lekker (net als vroeger), dus waarom zou ik deze marathon niet lopen? Inschrijven kon tot en met vrijdag voor de marathon: het weer zou redelijk zijn, alleen de wind zou flink te keer gaan. Geen reden om niet in te schrijven.

Ongeveer 18 km (foto: Mirjam van Raamsdonk)

Ik heb mooie herinneringen aan deze marathon. Als ik terugkijk in mijn lijstje, zie ik dat het mijn 8e marathon in Spijkenisse was. Zelf ook veel haaswerk gedaan bij deze marathon. Met Jan van de Erve voor Martine, voor Karel en Jacqueline. Ook bijzonder de editie van 2011 toen Gudy liep en ik fietste, met enorm zware regen en onweer. En niet te vergeten de Centipede marathon van 2008 (met 11 Energielopers voor het goede doel aan een touwtje de marathon lopen).

De laatste meters

Clubgenoot Henk zou ook de marathon lopen en met de hazen van 4 uur meegaan. Dat leek me een goed plan. Ik kon nog 4.06, 4.08 en 4.09 als nog niet gelopen eindtijd wegstrepen. Misschien later wat terug laten vallen en dan ‘mooi’ finishen. Uiteindelijk besloot ik om toch maar bij het groepje te blijven ;-). De wind was, zoals gezegd, best heftig. Het was verstandig om in een groep te schuilen voor die wind. Dat werd de groep van 4 uur. En dat schuilen is goed gegaan. Geen onoverkomelijke last gehad van de wind. Soms liep ik wel eens aan de ‘verkeerde’ kant van de groep, maar dat duurde nooit heel lang. Dan was de wind weer achter een obstakel verdwenen of draaide onze route in een gunstige richting.

De groep van 4 uur lopers bestond zeker uit 45/50 lopers. De tempolopers deden prima werk. Na ongeveer 18 km moesten de eerste lopers eraf. Altijd vervelend om te zien, want het is nog heel ver als je alleen komt te lopen. Soms probeer ik er nog iemand bij te krijgen, maar dat is vaak tijdelijk of tevergeefs.

Zeker na een drankpost dunt het groepje iedere keer uit. Ook ik moest na iedere drankpost toch wel aanzetten om weer bij te komen. Ik lust nog wel een slokje sportdrank, dus dat duurt even. 🙂 Nog 30 lopers. Nog 20. Uiteindelijk blijven er ongeveer 15 over die kunnen bijblijven en mooi binnen de 4 uur finishen. Sommige moeten flink aangemoedigd worden. Alle tactieken worden ingezet. En dat lukt. Altijd leuk om te zien dat dat goed gaat.

Eens zien of nummer 113 pas op 5 april gelopen wordt?

(foto: AV Spark)

Klotszak

Afgelopen zondag al weer de 3e marathon in 7 weken. Oude tijden lijken wel te herleven. Ik vind het nog steeds leuk om te doen en het gaat me redelijk makkelijk af. De tijden van weleer, zie ik niet meer op mijn klokje verschijnen. Maar daar zit ik totaal niet mee. Vroeger ook al niet. Er zijn lopers die zich nog ieder jaar de blubber trainen voor die ene marathon, waar het uiteindelijk toch weer niet lukt om het beoogde resultaat te behalen. Een illusie armer en een ervaring rijker, zou je zeggen. En na (pas) een jaar volgt er weer een poging. Helaas, net een kleine blessure in de week ervoor of toch te warm. Loop eens wat meer marathons door het jaar heen. En durf de meeste marathons langzaam te lopen. Dan zal je zien, dat ooit een keer alles samenvalt. Zo, de oude wijze heer heeft gesproken.

Terug naar afgelopen zondag. Mijn 111e (ultra)marathon. Dit keer in Geldrop. Ik liep er voor de 7e keer (6e keer de marathon). ‘T is voor niks loop is een mooie loop over diverse afstanden en dat allemaal in een schitterende natuur. Met een enthousiaste organisatie die zich allen voor niks inzetten en zelfs nog een tombola uit de hoge hoed toveren. En dat allemaal voor niks.
Dit keer kon ik meerijden naar Oost-Brabant. De chauffeur van dienst is volgens mij nog niet van plan om mee te werken aan het co2 probleem in ons kleine kikkerlandje. Ten minste, als je de regering mag geloven gaan we dit oplossen als we met z’n allen 100 km per uur gaan rijden. In een uurtje waren we in Geldrop. Nou, dan weet u voldoende. 😉 Op de app van Flitsmeister werd tijdens de reis een flink beroep gedaan.
In wijkgebouw De Dreef is het altijd een gezellig samen zijn. Met muntjes koop je koffie, cola of een broodje frikadel. Oude bekenden van het vroegere blogwereldje waren er ook. Ik sprak met Tiny, Maurice en Esther van Sluijs. Maar de hoeveelheden bloggers van vroeger die zie je niet meer. Toch jammer, het was altijd leuk. Tijd voor een reünie? 😉
Aangezien er 4 verzorgingsposten stonden met water en thee, besloot ik mijn (nieuwe) trailvest mee te nemen. 1,5 liter vocht (water met diksap) erin, pilletjes en epipen voor de allergie, een paar gelletjes, telefoon en voor de zekerheid nog een jasje. Dat jasje had ik niet nodig. Het was prachtig droog en zonnig weer. En wind was er niet.
Ik had pas 1 keer eerder met dit trailvest gelopen, en toen was het goed gegaan. Ik had ’s ochtends nog geprobeerd de lucht eruit te zuigen, maar dat lukte niet goed. Toch, een ander soort waterzak? Dus toen ik ging rennen hoorde ik het al. Een klotszak op mijn rug. En dat 42 km lang. 42 km hardlopen met een klotszak is een zware opgave. 😉 Soms hoorde ik het niet klotsen, maar het was er natuurlijk wel. Ik hoorde het wel als er andere lopers in de buurt waren. ‘Ze zullen het toch niet horen’, dacht ik dan. Echt wel, maar niemand heeft er iets van gezegd.
Oh ja, er is ook nog gelopen. Deze loop staat te boek als een trimloop van 42500 meter. Mijn garmin kwam net niet aan 42 km. En dat over verharde en onverharde paden. Over de hei, door het zand en het bos. Zoals bij velen bekend ben ik ooit begonnen met het sparen van marathontijden. Dit lumineuze idee deed ik ooit op bij ultraloopster Jannet Lange. Zij loopt zoveel dat ze zelfs datums is gaan sparen. Op elke dag van het jaar een (ultra)marathon lopen. Nou, daar heb ik me maar niet aan gewaagd. Zelfs het plan, want dat is de bedoeling, om in een uur iedere minuut te finishen in een marathon, heb ik moeite om te volbrengen. Uiteindelijk moet je 60 opeenvolgende eindtijden krijgen. Zie mijn lijstje. Veelal let ik er niet echt op. Dit keer deed ik dat wel weer een keer. Er stonden nog 9 te lopen tijden open.
Om de 5 km kom je hier een kilometerbordje tegen. Mijn garmin ‘liep’ al ongeveer 1,5 minuut achter op de bordjes. En toen kwam 4 km voor het eind het bord ‘nog 4 km’. Er had, bleek later, beter kunnen staan ‘nog ongeveer 4 km’. Ik rekende en dacht 4.09 te kunnen halen. Dus ik ‘in de benen’. Maar wat gebeurde, geen bordje met ‘nog 3 km’. Zelfs niet in het zicht waar die had moeten staan. Ja, later kwam die, op misschien wel 200/300 meter verder. Toen had ik de moed al opgegeven. En ben ik lekker gaan wandelen. En ja hoor, het bordje met ‘nog 2 km’ kwam eerder. Laat maar gaan, lekker naar een tijd van 4.16. Een beetje dribbelen en wandelen. Om de hoek van de finish moest ik nog even inhouden, anders was ik weer veel te vroeg binnen geweest. Maar het lukte. Ik was tevreden.

Beachy Head Marathon

Gudy, Gina en Silvia stonden al een tijdje ingeschreven voor deze marathon op 26 oktober. Gezien mijn ‘ellende‘ van vorig jaar, schreef ik me pas later in. Altijd goed zo laat mogelijk inschrijven. Helaas konden Gudy en Silvia (Silvia wel 10 km) geen marathon lopen door blessures en trainingsachterstand.

We hadden het zo gepland dat we voor de aangekondigde Brexit-datum van 31 oktober weer op het vaste land zouden zijn. Uiteindelijk bleek alles – als zo vaak – loos alarm. Overigens de controles door de Engelse douane waren wel van dien aard alsof ze allang uit de EU waren. Op zoek naar verstekelingen in mijn achterbak (er kon geen koffer meer bij) en vloeibare stoffen en messen onder de motorkap! Het zal kennelijk nodig zijn.

De rit met de auto naar Eastbourne in het graafschap East Sussex ging voorspoedig. In 2 uurtjes overvaren bij Duinkerke (Frankrijk) naar Dover. Dan nog 2 uurtjes rijden en je bent in Eastbourne waar deze marathon plaatsvond. En je mag er nog een uurtje aftrekken. Dat is ook weer meegenomen.

We hadden een oud Engels hotel. Alles is daar oud. Het hotel was schoon en netjes. En voor de prijs was het best prima. En dat 2 km van de start/finish. Het ontbijt was ietsje minder. De bediende had wat weg van Manuel uit Fawlty towers, maar dan een minder vrolijke variant. Ook zijn tafeltjes en bestek was niet altijd even proper. Maar we hebben ons er doorheen geslagen en zijn niet ziek geworden.

De omgeving was uiteraard prachtig. Met mooie natuur, heuvelachtig, machtige graslanden en de schitterende krijtrotsen. De eettentjes in Eastbourne waren ook prima. En het Engelse bier gaat er altijd in. We bezochten het centrum van Eastrbourne, haalden onze startnummers, reden een stuk in de prachtige omgeving, hebben met de trein Brighton bezocht, waar we de traditionele fish and chips aten, en we liepen natuurlijk ook nog de marathon.

O, het was een marathon qua afstand, maar verder had het niks met een vlakke asfalt marathon te maken. En dat wisten we natuurlijk van te voren. Maar liefst 1300 hoogtemeters (en natuurlijk ook weer naar beneden).

De start was om 9 uur. De temperatuur was die nacht niet gedaald, dus het was zo maar nog 14/15 graden bij de start. En dat bleef het de rest van de run. De zon scheen en het was droog. Er stond wel een fors windje, maar die hadden we niet altijd tegen. Bij de start schiet het grasland gelijk sterk omhoog. Dus dat is gelijk wandelen. Kilometer 1 ging in 8’48”. Daarna gaat het soms beter, maar niet altijd. Uiteindelijk gaat de langzaamste kilometer in 9’39”. Er zijn ook stukken waar je lekker kunt doorlopen.

De omgeving is werkelijk schitterend. De wind waait soms flink om mijn oren. Dan gaan we weer snel naar beneden op een pad waar stenen los liggen. Ohoh, daar is iemand gevallen. Voorzichtig met afdalen. Dan komen we weer bij een draaihek (met een opstopping van lopers) of een muurtje, waar overheen geklommen moet worden of een trap.

Daarna dalen we weer af over mooie graslanden. Er zijn iets van 5 checkpoints (drinkposten). De ene is uitgebreider dan de andere. Bij de grootste vind je van alles: drinken, koekjes, chocolade, kaakjes tot aan worstenbroodjes toe. Hmmmm. Ik maak er gretig gebruik van.

Naar het einde toe komen we over de seven sisters. Kijk maar eens wat er achter de link zit. We gaan op en neer. Naar beneden toe voel ik mijn spieren nu wel goed. De klappen op je bovenbenen van het dalen, zullen de komende dagen forse spierpijn geven. Ook dat hoort erbij. Na de seven sisters, gaan we richting het einde. De westenwind staat in onze rug. Niet de dicht bij de rand van de rotsen lopen, anders lig je in zee ;-).

Nog een klein stukje en dan mag ik nu dat steile stuk naar beneden. Mijn bovenbenen kraken. Maar ik ga het halen. Halverwege had ik 2.27 en liep ik ongeveer als 700e. Bij de finish ben ik 551e (van de 2205) en kom in net binnen de 5 uur binnen (4:58). Deze marathon is zeker een aanraden als je van flinke heuvels houdt ;-). Dit was marathon 110.

EWA en de Kustmarathon

In mijn vorige blog (na 1,5 jaar ‘blogloos’) schreef ik dat ik het bloggen weer probeer op te pakken.

Na de Marathon van Rotterdam bleef het lopen goed gaan. De allergoloog was nog benieuwd wat er in de warme zomer zou gebeuren. Maar ook daar kwam ik heel doorheen. Geen allergische reacties gehad.

Energie Wieler Amateurs (EWA)
In de zomer van 2018 had ik een wielrenfiets aangeschaft, omdat het lopen niet meer veel was. Fietsen ging toen wel goed. En ik genoot daar ook van. In de winter heb ik niet gefietst omdat het lopen toen weer goed ging. En bovendien ben ik een mooi weer fietser.

In het voorjaar besloot ik wat fietsers bij elkaar te gaan zoeken om een leuk fietsclubje op te richten. Ondertussen was een paar atleten ook aan het fietsen geslagen. En we hebben ook een triatlondeel bij de club. Daar zouden ook wel fietsers bijzitten. En zo geschiedde. Onze Energie Wieler Amateurs was een feit. Beter bekend als de EWA. Deze afkorting werd al snel ingevuld met de uitdrukking ‘Elke Week Appeltaart’. En dat klopt. Wij rijden voor de gezelligheid, gemiddeld 25 km per uur, wachten op elkaar en nuttigen onderweg altijd koffie met appeltaart.

Bij de EWA zijn ondertussen veel clubgenoten aangesloten. En dat is heel leuk. De EWA ligt nu stil, maar dat gaan we zeker in het voorjaar van 2020 weer oppakken. Het zou leuk zijn als we een EWA-wielershirt kunnen laten maken. Misschien zijn er nog sponsors te vinden. 😉

En in de zomermaanden was er nog een bijzondere gebeurtenis. Onze jongste dochter ging trouwen. Dat gebeurde in kasteel Bovendonk in Hoeven. Ik was samen met de opa van Brian gevraagd om de ceremonie te verzorgen. En dat deden we graag. We hebben er avonden voor gezeten. Ik denk dat het ons aardig gelukt is. En het prachtige bruidspaar gaf ons een geweldig weekend in Brabant. Wij wensen jullie veel geluk.

Kustmarathon
Omdat het lopen goed ging besloot ik weer eens naar een marathon uit te kijken. We zouden eind oktober al naar Engeland gaan voor de Beachy Head Marathon. Om voor de hoogtemeters van die marathon te trainen is het in Nederland vrij lastig. En ik zoek dat dan ook niet op in bijvoorbeeld Limburg. Ook zonder het trainen van heuvels kom ik wel boven. Mijn oog viel op de Marathon Zeeland op 5 oktober. Beter bekend als de Kustmarathon.

Deze marathon had ik al 5 keer gelopen. Maar hij blijft mooi. Ik vind hem 1 van de mooiste van Nederland. Met een afwisselend parcours: asfalt, strand, duinen en trappen.

Vooraf had ik gezien het dat laag water was. Dat was gunstig. Anders ga ik natuurlijk niet 9 km over het strand lopen. ;-). Op de dag zelf bleek het weer ook nog eens gunstig. Droog, bewolkt en nauwelijks wind. En de wind die er was, kwam ook nog eens uit een gunstige hoek.

Een paar dagen voordat je startnummers voor het laatst op en andere naam kon zetten, kwam ik een nummer tegen op marktplaats. Hij werd aangeboden voor de schappelijke prijs van 15 euro. Daar kon ik geen buil aanvallen. Nederlander als ik ben, het nummer gelijk aangeschaft.

Met nog een paar clubgenoten aan de start van deze marathon met een respectvolle minuut stilte voor het overlijden van de oprichter van deze marathon: Lein Lievense.

En het lopen ging geweldig. Met een mooie grote groep mee op de stormvloedkering. Zelfs op het strand kon er nog een groepje gevormd worden. In de duinen bij Domburg kon ik gewoon doortrekken en haalde ik veel lopers in. Ooit had ik hier 1 keer onder de 4 uur gelopen. Altijd gedacht dat me dat nooit meer zou lukken. Dus wel. Op 30 km zag ik al dat ik een prima tijd zou gaan neerzetten. En dat klopte: 3:54. Marathon 109 was binnen. Hier kom ik zeker nog wel een keer terug.

Terug van weggeweest – 30x Rotterdam

Mijn laatste blog dateert al weer van 1,5 jaar geleden. Het bloggen is uit. Facebook, Instagram, Twitter, enzovoort. Het is nieuwer, gaat sneller en is het dus populairder. Onlangs moest ik weer betalen voor mijn domeinnaam. Dat bracht me op het idee om toch weer iets aan het papier toe te vertrouwen. Altijd leuk voor het nageslacht ;-). Dus hier in vogelvlucht nog even wat blogjes over de laatste 1,5 jaar.

In mijn vorige blog schreef ik over mijn avontuur met mijn allergische reactie en de marathon van Rotterdam 2018. Ook kondigde ik ons ‘opa en oma-schap’ aan. Dat is toch wel het mooiste van het afgelopen jaar. We zijn blij met de geboorte van Lizzy in augustus 2018. Een hele bijzondere ervaring. En het is een geweldig kind. Ondertussen is ze al weer ruim 15 maanden.

Hardlopen
Na de marathon van Rotterdam van 2018 ging het hardlopen in die zomer niet geweldig. Het was warm en ik kreeg 2 keer een allergische reactie. De moed zakte me in de schoenen. Ik ging steeds minder hardlopen. Hoe moest ik dit overwinnen? Hoe moest ik weer gelukkig worden in mijn (ondertussen) 5e hardloopleven? Ik was al bekend bij de allergoloog in het ziekenhuis. Die heeft nooit iets bijzonders kunnen vinden. Dus het enige wat ik van haar op kreeg was: “niet te intensief” en een antihistaminica: desloratadine. Dit zou de reactie moeten tegenhouden. Nou, dat gebeurde afgelopen zomer in ieder geval 2 keer niet. In overleg werd besloten dat ik het pilletje niet alleen voor het sporten zou gebruiken, maar iedere dag. Tegelijkertijd was ik op zoek gegaan naar alternatieven. Ik kwam bij een orthomoleculaire arts / homeopaat terecht. Hij paste mijn voeding aan en gaf me 2 homeopatische middelen. Na 6 weken gaven zijn ‘apparaten’ al verbetering aan in mijn systeem. Langzaam maar zeker ging ik meer hardlopen. Sloot weer aan bij een lagere groep bij CAV Energie en liep zelfs een (rustig) wedstrijdje. En tot op de dag van vandaag heb ik geen allergische reactie meer gehad. Uiteraard gebruik ik nog wel desloratadine en 1 homeopatisch middel. Als ik daar ooit nog een keer vanaf kom, kijken we wat er dan gebeurt.

Marathon Rotterdam
De winter 2018/2019 verliep dus goed. Ik kon zelfs 2 groepjes hoger lopen op de club. Forceren deed ik en doe ik nog steeds niet. Met de jaren gaat het sowieso al langzamer. De tijden van vroeger ga ik niet meer halen. En dat geeft ook helemaal niet. Genieten van het hardlopen en fit blijven is het belangrijkste.

De voorbereiding naar Rotterdam ging goed. Ik zou er voor de 30e keer kunnen gaan finishen. En dat is toch wel een unicum. In het najaar van 2018 dacht ik niet eens te kunnen starten. Later ging ik al berekenen hoe ‘langzaam’ ik kon lopen om op tijd binnen te zijn en toen het eenmaal zo ver was, durfde is zelfs een tijd onder de 4 uur te noemen. En dat is dan ook gelukt. In een heel vlak schema liep ik in een weer warm Rotterdam naar 3:57. Het was mijn 108e (ultra)marathon.

Na afloop een mooie huldiging op de Coolsingel. Altijd leuk om mee te maken en een trotse opa.

De weg naar Rotterdam 2018

Het was de avond van 7 december 2017. Een koude avond, want het was nog winter. De training bij de club was in volle gang. Op het programma stond 7 x 1000. Er werd hardgelopen. Ondanks dat het winter was, was het toch warm om te lopen. Er stond weinig wind en misschien was ik wel te warm gekleed.

Het was na de laatste 1000 meter dat het gebeurde. Ik voelde het in mijn gezicht. Dat zwol op. Dit herkende ik. Dit heb ik eerder gehad. Later las ik mijn archief dat het januari 2017 was geweest. Toen was ik na het douchen gelijk naar huis gegaan en na wat rillingen zwakte het af. Verder geen aandacht meer aanbesteed en geen last meer van gehad.

Nu was het terug. Ik voelde dat mijn gezicht was opgezwollen: ogen en mond (gelukkig niet in mijn keel). Jeuk en wat rode huid. Wat is dit? Weer douchen. Maar nu ging het fout

. Ik zag alles draaien en kon nog net de kleedkamer bereiken. Daarna ging het niet beter, eerder slechter. Bloeddruk onderuit en daardoor ook de hartslag. Fijn dat ik bij de club was en mijn clubgenoten goed reageerde. Voordat ik het wist stond de ambulance er en werd ik afgevoerd naar het ziekenhuis: Ecg van het hart en de bloeduitslagen waren goed. Uiteraard had ik van de ambulancebroeder al wat naalden binnen geprikt gekregen waardoor de zwelling was afgenomen.

Wat was het dan? De diagnose die ik meekreeg was: allergische reactie bij inspanning. Dan kom je later termen tegen als Anafylaxie en Urticaria. Anafylaxie is een levensbedreigend, snel verlopend ziektebeeld. Sinds een jaar of tien wordt inspanning herkend als een van de oorzaken van anafylaxie. In dit artikel kunnen jullie er wat over lezen. Later las ik er meer over en kom je nog meer medische termen tegen als Angio-oedeem, Urticaria, etc. Ik kan hier nog een medische les geven over histamine, mestcellen en nog meer. Wil je er meer over lezen: zie de artikelen onder de linkjes. In ieder geval zorgt een hoog histaminegehalte ervoor, dat de spanning om de bloedvaten wegvalt: Oftewel er is sprake van directe bloedonderdruk, waardoor lichaamsdelen en organen onvoldoende zuurstofrijk bloed krijgen aangevoerd. Het zorgt ervoor dat men het bewustzijn verliest, flauw valt en in shock raakt. Of erger ;-(.
Lees hier het verhaal van een marathonloopster en zie haar foto’s van haar opgezwollen gezicht. Zag ik er zo ook uit? Ik heb niet in de spiegel gekeken. 😉 Bij haar was het wel heftiger als ik dat zo lees.

Adrenaline als tegenhanger

Om de gevolgen van de allergische reactie aan te pakken, dient adrenaline te worden geïnjecteerd. Adrenaline zorgt ervoor dat het hart harder gaat kloppen, de bloedvaten vernauwen en de bloeddruk weer stijgt. Daarnaast zorgt het ervoor dat de ademhalingswegen weer open gaan staan, waardoor men beter lucht krijgt.

Zoals waarschijnlijk meer bekend zijn er mensen die overmatig allergisch zijn voor voedsel, bijvoorbeeld pinda’s. Deze mensen moeten standaard de Epipen dragen om snel adrenaline te kunnen toedienen.

Nadien heb ik mij gemeld bij de huisarts. Die reageerde alert en belde direct de allergoloog. Op haar advies kreeg ik direct de Epipen en een antihistaminicum (anti-allergiemedicijn). Daarnaast een afspraak bij de allergoloog. Twee keer op bezoek geweest. Veel van geleerd en gehoord. Conclusie is vooralsnog dat het met de inspanning heeft/had te maken. Voeding is min of meer uitgesloten. Meestal spelen ook nog andere factoren mee, zoals warmte, kou en hoe jezelf in je vel zit en weet ik nog al niet meer. Hierover is nog veel onbekend aldus de allergoloog. Als deze stapeling van (onbekende) factoren teveel wordt, ‘explodeert’ de boel en gaat je histaminegehalte omhoog.

Daarnaast was haar advies om niet te intensief te sporten. Dat deed ik door een groepje lager te gaan trainen. Maar volgens mij moet ik daar net zo hard rennen om bij te blijven ;-). Later bleek ik ook nog een vitamine D tekort te hebben. Dus dat wordt nu ook

grootouders

aangevuld.

Op advies van de huisarts deed ik ook een sporttest: Daar waren de resultaten gelukkig goed: de inspanningstest gaf geen afwijkingen en met een max. hartslag van 182 en een VO2 max van 51,1 mag deze binnenkort opa 😉 (had ik al verteld dat wij (Gudy en ik) binnenkort oma en opa worden) zich nog redelijk fit noemen.

Als ik nu ga hardlopen neem ik vooraf een anti-allergiemedicijn in, nog een extra tabletje mee en heb ik mijn telefoon en Epipen bij me voor noodgevallen. Kortom een hele koffer. Daarom kan ik ook niet meer zo hardlopen met al dat gewicht ;-). Een heel verhaal, maar het had veel erger kunnen zijn. Tot nu toe gaat het goed, kan ik nog steeds lekker hardlopen en geniet ik ervan.

Marathon Rotterdam
En moet ik het nu nog over de marathon gaan hebben? Die ging geweldig: 3:44:00. Zo vlak als een dubbeltje gelopen. Niet te intensief. Dat mag niet ;-). Hopelijk finish ik volgend jaar voor de 30e keer in Rotterdam. Gudy liep weer een mooie race en werd voor haar 15e finish in Rotterdam gehuldigd.