Wat doe je nou?

Dat hoorde ik op 17,5 km. Een Energiër stond langs het parcours en keek of hij Phidippides voorbij zag lopen. Maar ik was het. Dat kon niet. Dus riep hij: “Wat doe je nou?” Ik liep door, draaide mijn bovenlichaam en slag naar links terwijl ik mijn arm in de lucht stak en riep: “De marathon lopen”.

Laat ik eerst teruggaan naar de vrijdag voor de marathon. Nog een druk dagje. Naar de fysiotherapeut en nieuwe zolen voor mijn hardloopschoenen afhalen. Daarna Gudy van haar werk ophalen en richting de sportexpo rotterdam voor de startnummers.

De supermarathonmasters waren zaterdag door de organisatie van de Marathon Rotterdam uitgenodigd voor de pasta-party. En dat was prima geregeld. Gereserveerde tafels en een fantastische maaltijd met vollop keuze uit pasta en drankjes. We werden flink in de watten gelegd. Er is nog even met de organisatie gesproken. “Of alles naar wens was?” Wij waren tenslotte de trouwste klanten. Perfect geregeld, maar volgend jaar zouden de masters toch graag een apart startvak willen. Dat zou meegenomen worden. Wie niet vraagt, krijgt niks ;-).

En toen werd het zondag. De dag waarop ik wilde starten. Ruim drie weken voor de marathon was ik er stellig van overtuigd dat het niet zou gaan lukken. Maar toen kwam de ommekeer (shuffle) en was er in 5,5 uur toch heel veel mogelijk. Drie weken trainen moest voor mij voldoende zijn om de tocht in een rustig tempo te volbrengen. Eindelijk konden die 69 marathons omgezet gaan worden in 70. Met Jacqueline en Gudy was ik op tijd bij de kleedruimte van Toon. Nogmaals dank Toon. Het was weer top geregeld. De ene na de andere Energiër arriveerde. De doelen van een ieder werden uitgesproken. Hele mooie doelen. Een aantal persoonlijke records is gesneuveld. Gefeliciteerd kanjers. Toen richting politieburo voor de ontmoeting met bloggers, twitteraars, facebookers, hyvers, linkedinners en alle andere mogelijkheden op het gebied van social media.

Had was een graad of 10, half (voornamelijk) bewolkt en de wind was bijzonder fris met windkracht 4/5 N/NO. Ik mocht in vak D starten. Ik had tijd zat. Het was enorm druk om de ingang van het vak te bereiken. Via een omweg lukte het. Mijn oude Zuidersterloopserietrui gooide ik over het hek, terwijl Lee Towers voor de 38780e keer “you’ll never walk alone” zong. Wat later het startvak in is fijn. Je hoeft dan niet lang te wachten tot de start. Ik was wel een beetje benauwd dat ik de eerste kilometers “onder de voet” gelopen zou worden. Met mijn shuffletempo zouden de atleten alle kanten voorbij stormen. Daar was de start. Het viel mee. Op de brug liep ik denk ik nog een beetje stroef. Een lintjesloper (estafette) vroeg namelijk of het wel ging. Zag het er zo rot uit?

Na 2,5 / 3 km kwam ik al een beetje in “veilig water”. Ik zag meer stumperds langzame atleten om mij heen. Het werd zelfs gezellig en wat gekletst. Het ging lekker. Voelde geen rare dingen aan mijn knie. Daar was de 5 km al: 33 minuten rond. 6’36” per kilometer. Rustig aan Hans. Het is nog ver. Je hoeft alleen maar de finish te halen voor de 23e keer. Niet meer en niet minder. Soms stond er iemand verbaast langs de kant te kijken als ze mij voorbij zagen komen . Ik zwaaide vrolijk terug. Bij de lus op de Olympiaweg had ik Rinus en Monique achter mij zien lopen. Op 14 km haalden ze mij in. Even Rinus een handje geven en niet laten verleiden om met de groep mee te gaan.

Voor de toeschouwers was het koud om langs de kant te staan. Ik vond het langs het parcours dit jaar een stuk stiller dan voorgaande jaren. Kwam dit door het weer of waren de mensen al naar huis als ik langs kwam? Op Noord werd het gelukkig weer wat drukker. Het lopen ging lekker. Nergens last van. De knie hield zich goed. Op de 21,1 km kwam ik door in 2:20’31”. Dit liep ik ook in mijn trainingen van afgelopen week. Mooi op schema dus. Het plan was om het tweede gedeelte ietsje sneller te lopen. Dat lukte uiteindelijk. 2’23” sneller dan de eerste helft.

Gestaag ging ik door in mijn tempo. Op 25 km stond Gerald, de ehbo-er, met een banaan. Kon hem niet missen in zijn knalgele kanariepak. Even banaantje pellen en een praatje maken. Ik had tijd zat. Bedankt Gerald. Hij smaakte perfect. Een paar honderd meter verder stonden mijn dochters en schoonzoon Edward. Zij hadden allen de 10 km gelopen. En hoe? Driemaal een p.r. Gefeliciteerd. Ook hier weer een praatje maken. Ik had tijd zat.

Vanaf 27 km zie je de lopers aan de andere kant terugkomen na hun rondje Kralingse Bos. Dit “dubbel lopen” duurt 3 km. Ik ging aan de rechterkant van de weg lopen en kon zo nog wat bekenden zien en aanmoedigen. Dat geeft wat afleiding. Ik zie webloggers en Energiers. Leuk om te zien. Oh ja, Ondertussen had oud-collega Adrie Hattu mij gespot. Heel leuk om hem een paar keer te zien. Hij woont nu in Bombay lees ik op zijn facebook en liep vroeger ook altijd de Marathon Rotterdam. Over het Kralingse Bos gesproken. Op 32 km staat de Energiepost. Altijd een markant punt om naar uit te kijken. Dit keer helemaal. Ton had namelijk een paar flessen Westmalle opengetrokken en de originele glazen meegenomen. Dat moest geproefd worden. Ik had tijd zat. Gelukkig had Martine niet alles opgedronken (foto). Honderd meter verderop stond de Red Bull-car en die moest ik ook proeven. Ik had tijd zat. Zo kon ik de laatste 10 km wel aan.

Op 33 km kreeg ik Aad Vink (nu 201 marathons; ooit gestopt bij 200 marathons) in het zicht met superdebutant Irene en haas, pakezel, waterdrager, fotograaf en gids van dienst: Arjaan. Op het grote scherm met boodschappen voor de atleten kwam ineens RunningHans voorbij zetten. “Maar waar was hij dan?”, riepen zei. “Ja ja”, riep ik achter hen. “Ik kom eraan”. Arjaan maakt nog wat foto’s met mij voor het bord. Ik had tijd zat.

De benen werden nu wel wat zwaarder, maar met dit tempo kon ik dat nog wel volhouden. Over de knie valt weinig te zeggen. Die deed het goed met dit tempo. Eén keer moest ik uitwijken, waardoor de knieschijf even blokkeerde, maar dat leverde geen verdere problemen op.

Op 38 km loop ik Kitty en Ans tegen het lijf. Helaas moet Kitty even inhouden in verband met een pijnlijke knie. Maar haar eerste marathon gaat zij zeker uitlopen. Ans loopt een p.r. Goed dus. Gefeliciteerd dames. Leen de Koning maakt een foto van ons. Ik had tijd zat.

Ik ga door. Ik moet mijn negatieve split halen. Ik voel zowel links als rechts een flinke blaar in mijn schoen. Maar het deert me niet. Ik ga door. De meters gaan redelijk snel voorbij. Als ik het zo achteraf bekijk moet ik vaststellen dat het toch een vrij makkelijk marathon is geweest. Uiteraard heeft dit met het tempo te maken. Nog een paar honderd meter. Wie had dit een paar weken geleden verwacht. Dat ik kon gaan finishen in de Marathon Rotterdam. Ik draai rechtsaf de Coolsingel op. Ik zie mijn ouders, zij mijn niet. Ik roep snel. Gelukkig zien ze mij nog. Ik zie niemand. Iedereen ziet mij. De Energieladies staan met hun collectebussen voor de roparun te rammelen als ik langskom, ik hoor collega’s, een fysiotherapeut van de praktijk waar ik al 13 maanden kind aan huis ben roept mij toe, ik krijg bloemen van mijn kinderen, een oud-buurman schreeuwt mij richting finish. Dit is geweldig. Finishen op de Coolsingel. 16 maanden na mijn laatste finish op een marathon. Dat ik dat weer kan en mag meemaken. Ik kijk op mijn garmin en zie dat ik ruim onder de 4:40 kan finishen. De tijd wordt uiteindelijk: 4:38’39”. Hier staan alle uitslagen. Gudy liep 4:01’01”. Niet wat ze helemaal wilde, maar toch een prima tijd. Rugproblemen deden haar uiteindelijk de das om om haar p.r. te kunnen aanvallen. Hieronder zie je er weer eentje uit het boekje qua vlak lopen ;-).

Hier staat mijn rondje Rotterdam in garmin connect. Ik loop door het finishgebied. Schud de burgemeester een hand en voel nu de frisse wind door mijn kleren waaien. Ik weet nog waar mijn oude trui ligt. En ja hoor. Daar ligt hij nog. Ver genoeg van de hekken, zodat er niemand overheen heeft kunnen p*ss*n. ;-). In de kleedruimte is bijna iedereen al binnen. De  warme douche is het lekkerste na een marathon.

’s Avond is bij de club de traditionele afterparty. Met iedereen napraten hoe zijn of haar race is verlopen. De snelste dames en heren krijgen een beker. Er is ook een beker voor de meest bijzondere prestatie. Een deskundige jury 😉 buigt zich hierover. En ja hoor. Ik mag de beker in ontvangst nemen. Je vraagt je dan af of je daar dan blij om moet zijn of juist niet. In mijn geval denk ik wel. De voorzitter reikt de beker uit en weet zelfs iets over mijn shuffle te vertellen. Dat is toch wel grappig. Allen bedankt. De beker krijgt een mooi plaatsje en is een stimulans om mijn tweede hardloopleven in te gaan.

Dinsdag meld ik mij, zoals gebruikelijk, bij de fysiotherapeut. Ik heb mijn marathonshirt en medaille meegenomen. In de sportzaal wil hij dat ik mijn medaille omhoudt. Iedereen kijkt mij vreemd aan. Niet zo raar met dat ding om mijn nek. Hij is tevreden. De knie ziet er goed uit. Tegen twee mede-patiënten, waarvan er één toch nog flink kreupel is, zegt hij: “Kijk, als je je best doet, krijg je ook een medaille”.

Nu ga ik weer “normaal” doen, denk ik. Proberen met wat kortere stukjes het iets snellere hardlopen “onder de knie” te krijgen.

Hier vind je nog meer foto’s van Energie (o.a. Kok), Bjorn, Maurice.

Advertenties

Ik ga starten …… ech wel

Om maar direct met de deur in huis te vallen: Zondag ga ik van start in de Marathon Rotterdam.

In mijn vorige bericht schreef ik dat ik flink aan het trainen was. De laatste lange duurloop was 30 km geweest. Natuurlijk moet ik ook afbouwen (“je moet nog opbouwen”, mafkees) Dus liep ik afgelopen zaterdag slechts 21 km. Dit keer alleen de shuffle, dat overigens al een beetje op hardlopen begint te lijken. Drie weken geleden zag mijn knie enigszins het licht. Dat moet dus voldoende zijn: drie weken goed trainen.

De Marathon Rotterdam heb ik tot nu toe 22 keer volbracht: 1987 (4:03) – 1990 (4:53 -mijn record ;-)) – 1991 (4:10) – 1992 (4:10) – 1993 (3:57) – 1994 (3:38) – 1995 (3:47) – 1996 (3:44) – 1997 (3:33) – 1998 (3:39) – 1999 (3:26) – 2000 (3:31) – 2001 (3:28) – 2002 (3:28) – 2003 (3:35) – 2004 (3:35) – 2005 (4:02) – 2006 (3:26) – 2007 (3:34) – 2008 (3:32) – 2009 (3:34) – 2010 (3:27).
Misschien begrijp je het een beetje (of helemaal niet: jammer dan) dat ik hier altijd wil proberen te starten. Zeker omdat het mijn woonplaats is, half Rotterdam en omstreken langs de kant staat, veel atleten van de club meedoen en het de mooiste marathon van Nederland is. En sinds dit jaar het klassement van de supermarathonmasters.

Uiteraard weet ik dat het een helle tocht kan gaan gaat worden. Mijn dwaze idee heb ik natuurlijk met mijn fysiotherapeut besproken. Hij gaf groen licht (hij kent me ;-)). Met jou durf ik het wel aan, zei hij. Ik kan niets kapot lopen. Ik ga ook zeker niets forceren. Tijd is dus totaal onbelangrijk. Ik moet, kan en wil ook zeker in het begin niet te snel gaan. Dat is het beste (voor de knie). De limiet ligt op 5,5 uur. In principe moet dat haalbaar zijn. In ieder geval zal het een tijd worden die nog niet op mijn marathontijdenlijstje staat ;-), als ik de finish haal. Dit lijstje staat ondertussen al een tijdje op 69. Het wordt tijd dat de 70 deze plaats inneemt. En of dat gaat lukken, is voor mij net zo’n grote vraag, als voor ieder ander. Ik zou zeggen: “Komt dat zien”

Zie je zondag ergens in de achterhoede een loper met een raar pasje, heb geen medelijden. Ik ben het. Ik doe het mezelf aan. Ga niet roepen dat ik moet gaan rennen als ik wandel. Daar is een reden voor ;-).
Ik wens de echte atleten heel veel succes.

Tweedehands kruisband

Voordat de operatieve ingreep aan de knie plaatsvond, heb ik geprobeerd nog zoveel mogelijk te sporten. Zo fietste ik 2 dagen voor de operatie nog 100 km en een week daarvoor deed ik een Rondje Voorne van 115 km.

Hier zie je de details van mijn fietsrondje over het eiland Voorne-Putten in Garmin Connect. De laatste weken kon ik de fietskilometers makkelijk uitbreiden. Dat gaat toch een stuk eenvoudiger dan bij hardlopen. Alleen van die wind tegen, word je helemaal gek bij het fietsen.
Daarnaast bezocht ik de sportschool met enige regelmaat. Hardlopen ging de laatste weken voor de operatie steeds minder. Ik ging door mijn knie heen. Op een gegeven ogenblik heb ik de handdoek in de ring gegooid voor wat betreft het hardlopen. Dit had geen zin meer. Ik zou zo maar de knie nog verder kapot gelopen hebben.

Na het lange wachten (als je op iets “leuks” moet wachten, duurt het altijd lang), was het dinsdag 19 juli 2011 eindelijk zover: de “nieuwe” kruisband werd geplaatst. In de plaatselijke mankementen thuiszorgwinkel had ik een paar dagen, voordat het mes mijn lijf in zou gaan, een paar krukken ter leen gekregen. Krukken waarvan je niet weet wie er allemaal op heeft geleund, gekwijld of gezweten. Het was niet best geweest, geloof ik. De dingen plakte. Eerst de stokken een grondige poetsbeurt gegeven, waarvan de poetsdiva’s Marja en Liny van “Hoe schoon is jouw huis” nog wat hadden kunnen leren.

’s Ochtends vroeg vertrokken we richting het ziekenhuis, waar Gudy werkt. Als fanatiek aanhanger van Roparunteam 131 was de vipbehandeling al gauw daar. Zo kwam het dat ik mijn eenpersoonskamer kon betreden. Ik zal je de verdere vipdetails besparen, maar de zusters haalden alles uit de kast ;-).

Volgens het “spoorboekje” was ik om 10 uur aan de beurt. Dat betekent om 6 uur ’s ochtends het laatste beschuitje en om 8 uur melden. Rond 9 uur was het sein daar dat ik richting operatiekamer kon komen. In mijn blauwe ok-hesje (met open achterkantje) werd ik op wielen naar beneden gereden. In de holding kwam weer het ritueel van de blokverdoving van de vorige keer, vermoedde ik zo. Als je de details van toen wilt weten, dan zou ik zeggen lees het (nog eens). Dit keer ging het beter. Ik lag te wachten tot het moment dat ik “niet goed” zou worden. Gelukkig werd me dit bespaard. Geen flauwvalreactie, geen zweet, geen lage bloeddruk, geen atropine, niks nada. De blokverdoving werkte goed in en het been begon vrolijk door de kamer te “zweven”.

Even na 10 uur mocht ik opdraven in de operatiekamer. Toch wel weer spannend. Heel veel personeel. Wiewat doet? Jij mag het zeggen. De orthopeed had ik in de holding al even gezien. Handje gegeven en de pijl werd met viltstift op het juiste been gezet. Je weet maar nooit (verkeerde been afgezet). Voordat ik goed en wel lag en alle apparatuur was aangesloten, waren we wel 10 minuten verder. Warme dekens over me heen, hartslag, bloeddruk, etc. aansluiten. Been in de juiste positie brengen. En nog veel meer. Dan nog controleren of wel de juiste persoon op tafel ligt. “Kunt u uw naam en geboortedatum noemen?” “En klopt het dat u voor de voorste kruisband van het rechterbeen komt?” Ik zou het wel denken ;-). Stel je voor dat je na de operatie wakker wordt met een kunstheup.

Ritssluiting

Het was 10.14 uur (de klok van vorige keer hing er nog) toen werd begonnen. Dit keer geen scherm waarop ik kon meekijken. Er werd geen camera ingebracht. De techniek met de patellapees heb ik vorige keer zichtbaargemaakt. Mijn eigen pees zal nu dienst gaan doen als kruisband. Een tweedehandsje zou je kunnen zeggen. Bij de operatie is aan de voorkant een ritssluiting in de knie gemaakt en vandaar uit zijn alle benodigde werkzaamheden uitgevoerd. Ik vermoed dat de boel met klemmen is opengezet. Maar dat voel en zie je niet. Een iets andere techniek dan op het filmpje is getoond.Ondertussen was de orthopeed met zijn volgelingen kennelijk begonnen aan de operatie. Ik lag achter een zee van blauwe steriele doeken, zodat ik op gevoel moest achterhalen waar men op dat moment mee bezig was. “Een tweetje”, hoor ik de orthopeed zeggen. Zo vliegen er allerlei termen door de operatiekamer, die veelal te maken hebben met het aan te leveren gereedschap, denk ik zo. Ja, gereedschap. Want als de tijd is aangebroken dat men gaat timmeren en boren, kon ik dat wel onderscheiden van andere geluiden. Boortje 10, schat ik zo in. Vraag me alleen af wat voor boor ze daarvoor gebruiken: beton, hout of ijzer? Hadden ze in mijn hersenen geboord, dan had ik het wel geweten. Halverwege de boorweg voelde ik toch wel iets. Ik krijg het wat warmer en zweetdruppels verschijnen op mijn voorhoofd. Een knikje naar de anesthesist, die achter mij zit, doet hem besluiten de benodigde hoeveelheid verdovende stoffen naar binnen te spuiten. Al snel gaat het weer beter. Ik praat wat met de anesthesist over hoe het zover heeft kunnen komen dat deze operatie nodig is.

De tijd gaat snel voorbij. Voordat ik het weet is het voorbij. Ik kijk weer op de klok. Precies 29 minuten vanaf het moment dat het mes erin ging tot het creëren van de ritssluiting. In de uitslaapkamer (ik hoef helemaal niet uit te slapen; ben zo wakker als maar zijn kan), word ik toch nog even vastgehouden. “Een kruisband”, hoor ik zeggen. “Die moet nog even blijven”. Een minuut of 20 lig ik daar te liggen en kijk wat om me heen. “Sport u vaak”, vraagt de zuster. “ik loop wel eens een marathon of fiets een stukkie”, zeg ik. “Dat dacht ik al te zien aan uw hartslag” …… huh. Dat was wel weer lang genoeg. Terug naar mijn eenpersoonskamertje.

Door de snelle operatie ben ik op tijd terug voor de lunch. Heel belangrijk. Het been zweeft nog lekker in de zevende hemel. Ik voel (nog) niks. Ondertussen komt Gudy bij mij op de kamer lunchen en komen bekenden op bezoek van het roparunteam en ook start to runners van Start to 5 van begin van het jaar.
Als de rust is wedergekeerd, lees ik mijn krantje en kijk televisie. Toch wel mooi dat de Tour de France nu uitgezonden wordt. In de loop van de middag komt er weer wat gevoel in mijn tenen. Dit betekent dat ik ook steeds meer gevoel in mijn knie ga krijgen. $%#@&. Shit. Dit voel je toch wel serieus. Logisch als ze 5 uur geleden door je onderbeen hebben geboord. Ik overweeg om extra pijnstilling te vragen, maar doe dat nog niet. Aan het begin van de avond neemt de pijn af en is het goed uit te houden met de reguliere pijnstilling van paracetamol en diclofenac. Op een gegeven ogenblik voel ik onder mijn lakens een nat boeltje. Mijn been glijdt soepel door en onder de lakens door. Ik glij eigenlijk bijna mijn bed uit. Als ik het laken wegsla zie ik een grote rode massa op het laken. De zooi lekt. De drain die erin zit blijkt niet goed door te lopen. Door de vipbehandeling wordt het bed en het verband snel en vakkundig verschoond. Later op de avond is het nog een keer nodig om schoon verband aan te brengen.

Hoe je in een ziekenhuis de nacht doorbrengt is bij de meesten wel bekend. 1 uur, 2 uur, 3 uur, 5 uur… en zo wordt het weer ochtend. In de loop van de morgen komt de orthopeed met zijn gevolg langs, wordt er nog een foto van de knie gemaakt en oefen ik met de fysiotherapeut het lopen met krukken. Aan het begin van de middag mag ik met ontslag.

Ondertussen ben ik al twee keer bij de sportfysio geweest, waar ik ook al onder behandeling was na mijn meniscusingreep. Dat de knie dik is is logisch. Ik loop stuntel nu op krukken. In 4 tot 6 weken moet de strek- en buigfunctie van de knie weer optimaal zijn. Ook moeten de krukken in die periode afgebouwd worden tot nul. Thuis doe ik oefeningen en mag ik wel 3 x per dag 5 minuten een stukje wandelen met krukken. Voor de rest moet het been omhoog. De verzorging van Gudy is natuurlijk top. Ik kijk vooral iedere avond naar haar uit als ze lachend aankomt met de fraxiparinespuit tegen trombose. Dat vlijmscherpe ding glijdt dan langzaam mijn buik binnen. Daarnaast rijdt ze me twee keer per week naar de fysio. Pas na 4 tot 6 weken mag ik weer autorijden. Fietsen moet je denken aan ca. 3 maanden en hardlopen zal misschien eind van het jaar weer beginnen. Ik stel geen doelen wanneer ik wat weer moet kunnen. De ene patient gaat sneller dan de andere.

Als Gudy moet werken, dan zorg ik voor mezelf. Moet je eens proberen met twee krukken. De koffiemelk, brood en andere zaken vliegen regelmatig door de keuken. Als ik koffie drink kan ik mijn kopje net vanaf het keukenblad tot op de eettafel overbrengen. Zou dat niet lukken, dan sta ik als een soort bezoeker van Starbucks staande aan het aanrechtblad mijn bakkie pleur te drinken. De trap op en af. Ook zo iets. Ik zal je de details besparen. Ik ben er in ieder geval nog niet afgelazerd.

Al met al ben ik natuurlijk happy met deze ingreep. Hardlopen had er anders niet meer ingezeten. Nu zou alles goed moeten komen. Ik ben blij met mijn tweedehands kruisband. Overigens kunnen die krukken straks nog wel eens van pas komen voor andere doeleinden.