Klotszak

Afgelopen zondag al weer de 3e marathon in 7 weken. Oude tijden lijken wel te herleven. Ik vind het nog steeds leuk om te doen en het gaat me redelijk makkelijk af. De tijden van weleer, zie ik niet meer op mijn klokje verschijnen. Maar daar zit ik totaal niet mee. Vroeger ook al niet. Er zijn lopers die zich nog ieder jaar de blubber trainen voor die ene marathon, waar het uiteindelijk toch weer niet lukt om het beoogde resultaat te behalen. Een illusie armer en een ervaring rijker, zou je zeggen. En na (pas) een jaar volgt er weer een poging. Helaas, net een kleine blessure in de week ervoor of toch te warm. Loop eens wat meer marathons door het jaar heen. En durf de meeste marathons langzaam te lopen. Dan zal je zien, dat ooit een keer alles samenvalt. Zo, de oude wijze heer heeft gesproken.

Terug naar afgelopen zondag. Mijn 111e (ultra)marathon. Dit keer in Geldrop. Ik liep er voor de 7e keer (6e keer de marathon). ‘T is voor niks loop is een mooie loop over diverse afstanden en dat allemaal in een schitterende natuur. Met een enthousiaste organisatie die zich allen voor niks inzetten en zelfs nog een tombola uit de hoge hoed toveren. En dat allemaal voor niks.
Dit keer kon ik meerijden naar Oost-Brabant. De chauffeur van dienst is volgens mij nog niet van plan om mee te werken aan het co2 probleem in ons kleine kikkerlandje. Ten minste, als je de regering mag geloven gaan we dit oplossen als we met z’n allen 100 km per uur gaan rijden. In een uurtje waren we in Geldrop. Nou, dan weet u voldoende. 😉 Op de app van Flitsmeister werd tijdens de reis een flink beroep gedaan.
In wijkgebouw De Dreef is het altijd een gezellig samen zijn. Met muntjes koop je koffie, cola of een broodje frikadel. Oude bekenden van het vroegere blogwereldje waren er ook. Ik sprak met Tiny, Maurice en Esther van Sluijs. Maar de hoeveelheden bloggers van vroeger die zie je niet meer. Toch jammer, het was altijd leuk. Tijd voor een reünie? 😉
Aangezien er 4 verzorgingsposten stonden met water en thee, besloot ik mijn (nieuwe) trailvest mee te nemen. 1,5 liter vocht (water met diksap) erin, pilletjes en epipen voor de allergie, een paar gelletjes, telefoon en voor de zekerheid nog een jasje. Dat jasje had ik niet nodig. Het was prachtig droog en zonnig weer. En wind was er niet.
Ik had pas 1 keer eerder met dit trailvest gelopen, en toen was het goed gegaan. Ik had ’s ochtends nog geprobeerd de lucht eruit te zuigen, maar dat lukte niet goed. Toch, een ander soort waterzak? Dus toen ik ging rennen hoorde ik het al. Een klotszak op mijn rug. En dat 42 km lang. 42 km hardlopen met een klotszak is een zware opgave. 😉 Soms hoorde ik het niet klotsen, maar het was er natuurlijk wel. Ik hoorde het wel als er andere lopers in de buurt waren. ‘Ze zullen het toch niet horen’, dacht ik dan. Echt wel, maar niemand heeft er iets van gezegd.
Oh ja, er is ook nog gelopen. Deze loop staat te boek als een trimloop van 42500 meter. Mijn garmin kwam net niet aan 42 km. En dat over verharde en onverharde paden. Over de hei, door het zand en het bos. Zoals bij velen bekend ben ik ooit begonnen met het sparen van marathontijden. Dit lumineuze idee deed ik ooit op bij ultraloopster Jannet Lange. Zij loopt zoveel dat ze zelfs datums is gaan sparen. Op elke dag van het jaar een (ultra)marathon lopen. Nou, daar heb ik me maar niet aan gewaagd. Zelfs het plan, want dat is de bedoeling, om in een uur iedere minuut te finishen in een marathon, heb ik moeite om te volbrengen. Uiteindelijk moet je 60 opeenvolgende eindtijden krijgen. Zie mijn lijstje. Veelal let ik er niet echt op. Dit keer deed ik dat wel weer een keer. Er stonden nog 9 te lopen tijden open.
Om de 5 km kom je hier een kilometerbordje tegen. Mijn garmin ‘liep’ al ongeveer 1,5 minuut achter op de bordjes. En toen kwam 4 km voor het eind het bord ‘nog 4 km’. Er had, bleek later, beter kunnen staan ‘nog ongeveer 4 km’. Ik rekende en dacht 4.09 te kunnen halen. Dus ik ‘in de benen’. Maar wat gebeurde, geen bordje met ‘nog 3 km’. Zelfs niet in het zicht waar die had moeten staan. Ja, later kwam die, op misschien wel 200/300 meter verder. Toen had ik de moed al opgegeven. En ben ik lekker gaan wandelen. En ja hoor, het bordje met ‘nog 2 km’ kwam eerder. Laat maar gaan, lekker naar een tijd van 4.16. Een beetje dribbelen en wandelen. Om de hoek van de finish moest ik nog even inhouden, anders was ik weer veel te vroeg binnen geweest. Maar het lukte. Ik was tevreden.

Beachy Head Marathon

Gudy, Gina en Silvia stonden al een tijdje ingeschreven voor deze marathon op 26 oktober. Gezien mijn ‘ellende‘ van vorig jaar, schreef ik me pas later in. Altijd goed zo laat mogelijk inschrijven. Helaas konden Gudy en Silvia (Silvia wel 10 km) geen marathon lopen door blessures en trainingsachterstand.

We hadden het zo gepland dat we voor de aangekondigde Brexit-datum van 31 oktober weer op het vaste land zouden zijn. Uiteindelijk bleek alles – als zo vaak – loos alarm. Overigens de controles door de Engelse douane waren wel van dien aard alsof ze allang uit de EU waren. Op zoek naar verstekelingen in mijn achterbak (er kon geen koffer meer bij) en vloeibare stoffen en messen onder de motorkap! Het zal kennelijk nodig zijn.

De rit met de auto naar Eastbourne in het graafschap East Sussex ging voorspoedig. In 2 uurtjes overvaren bij Duinkerke (Frankrijk) naar Dover. Dan nog 2 uurtjes rijden en je bent in Eastbourne waar deze marathon plaatsvond. En je mag er nog een uurtje aftrekken. Dat is ook weer meegenomen.

We hadden een oud Engels hotel. Alles is daar oud. Het hotel was schoon en netjes. En voor de prijs was het best prima. En dat 2 km van de start/finish. Het ontbijt was ietsje minder. De bediende had wat weg van Manuel uit Fawlty towers, maar dan een minder vrolijke variant. Ook zijn tafeltjes en bestek was niet altijd even proper. Maar we hebben ons er doorheen geslagen en zijn niet ziek geworden.

De omgeving was uiteraard prachtig. Met mooie natuur, heuvelachtig, machtige graslanden en de schitterende krijtrotsen. De eettentjes in Eastbourne waren ook prima. En het Engelse bier gaat er altijd in. We bezochten het centrum van Eastrbourne, haalden onze startnummers, reden een stuk in de prachtige omgeving, hebben met de trein Brighton bezocht, waar we de traditionele fish and chips aten, en we liepen natuurlijk ook nog de marathon.

O, het was een marathon qua afstand, maar verder had het niks met een vlakke asfalt marathon te maken. En dat wisten we natuurlijk van te voren. Maar liefst 1300 hoogtemeters (en natuurlijk ook weer naar beneden).

De start was om 9 uur. De temperatuur was die nacht niet gedaald, dus het was zo maar nog 14/15 graden bij de start. En dat bleef het de rest van de run. De zon scheen en het was droog. Er stond wel een fors windje, maar die hadden we niet altijd tegen. Bij de start schiet het grasland gelijk sterk omhoog. Dus dat is gelijk wandelen. Kilometer 1 ging in 8’48”. Daarna gaat het soms beter, maar niet altijd. Uiteindelijk gaat de langzaamste kilometer in 9’39”. Er zijn ook stukken waar je lekker kunt doorlopen.

De omgeving is werkelijk schitterend. De wind waait soms flink om mijn oren. Dan gaan we weer snel naar beneden op een pad waar stenen los liggen. Ohoh, daar is iemand gevallen. Voorzichtig met afdalen. Dan komen we weer bij een draaihek (met een opstopping van lopers) of een muurtje, waar overheen geklommen moet worden of een trap.

Daarna dalen we weer af over mooie graslanden. Er zijn iets van 5 checkpoints (drinkposten). De ene is uitgebreider dan de andere. Bij de grootste vind je van alles: drinken, koekjes, chocolade, kaakjes tot aan worstenbroodjes toe. Hmmmm. Ik maak er gretig gebruik van.

Naar het einde toe komen we over de seven sisters. Kijk maar eens wat er achter de link zit. We gaan op en neer. Naar beneden toe voel ik mijn spieren nu wel goed. De klappen op je bovenbenen van het dalen, zullen de komende dagen forse spierpijn geven. Ook dat hoort erbij. Na de seven sisters, gaan we richting het einde. De westenwind staat in onze rug. Niet de dicht bij de rand van de rotsen lopen, anders lig je in zee ;-).

Nog een klein stukje en dan mag ik nu dat steile stuk naar beneden. Mijn bovenbenen kraken. Maar ik ga het halen. Halverwege had ik 2.27 en liep ik ongeveer als 700e. Bij de finish ben ik 551e (van de 2205) en kom in net binnen de 5 uur binnen (4:58). Deze marathon is zeker een aanraden als je van flinke heuvels houdt ;-). Dit was marathon 110.

EWA en de Kustmarathon

In mijn vorige blog (na 1,5 jaar ‘blogloos’) schreef ik dat ik het bloggen weer probeer op te pakken.

Na de Marathon van Rotterdam bleef het lopen goed gaan. De allergoloog was nog benieuwd wat er in de warme zomer zou gebeuren. Maar ook daar kwam ik heel doorheen. Geen allergische reacties gehad.

Energie Wieler Amateurs (EWA)
In de zomer van 2018 had ik een wielrenfiets aangeschaft, omdat het lopen niet meer veel was. Fietsen ging toen wel goed. En ik genoot daar ook van. In de winter heb ik niet gefietst omdat het lopen toen weer goed ging. En bovendien ben ik een mooi weer fietser.

In het voorjaar besloot ik wat fietsers bij elkaar te gaan zoeken om een leuk fietsclubje op te richten. Ondertussen was een paar atleten ook aan het fietsen geslagen. En we hebben ook een triatlondeel bij de club. Daar zouden ook wel fietsers bijzitten. En zo geschiedde. Onze Energie Wieler Amateurs was een feit. Beter bekend als de EWA. Deze afkorting werd al snel ingevuld met de uitdrukking ‘Elke Week Appeltaart’. En dat klopt. Wij rijden voor de gezelligheid, gemiddeld 25 km per uur, wachten op elkaar en nuttigen onderweg altijd koffie met appeltaart.

Bij de EWA zijn ondertussen veel clubgenoten aangesloten. En dat is heel leuk. De EWA ligt nu stil, maar dat gaan we zeker in het voorjaar van 2020 weer oppakken. Het zou leuk zijn als we een EWA-wielershirt kunnen laten maken. Misschien zijn er nog sponsors te vinden. 😉

En in de zomermaanden was er nog een bijzondere gebeurtenis. Onze jongste dochter ging trouwen. Dat gebeurde in kasteel Bovendonk in Hoeven. Ik was samen met de opa van Brian gevraagd om de ceremonie te verzorgen. En dat deden we graag. We hebben er avonden voor gezeten. Ik denk dat het ons aardig gelukt is. En het prachtige bruidspaar gaf ons een geweldig weekend in Brabant. Wij wensen jullie veel geluk.

Kustmarathon
Omdat het lopen goed ging besloot ik weer eens naar een marathon uit te kijken. We zouden eind oktober al naar Engeland gaan voor de Beachy Head Marathon. Om voor de hoogtemeters van die marathon te trainen is het in Nederland vrij lastig. En ik zoek dat dan ook niet op in bijvoorbeeld Limburg. Ook zonder het trainen van heuvels kom ik wel boven. Mijn oog viel op de Marathon Zeeland op 5 oktober. Beter bekend als de Kustmarathon.

Deze marathon had ik al 5 keer gelopen. Maar hij blijft mooi. Ik vind hem 1 van de mooiste van Nederland. Met een afwisselend parcours: asfalt, strand, duinen en trappen.

Vooraf had ik gezien het dat laag water was. Dat was gunstig. Anders ga ik natuurlijk niet 9 km over het strand lopen. ;-). Op de dag zelf bleek het weer ook nog eens gunstig. Droog, bewolkt en nauwelijks wind. En de wind die er was, kwam ook nog eens uit een gunstige hoek.

Een paar dagen voordat je startnummers voor het laatst op en andere naam kon zetten, kwam ik een nummer tegen op marktplaats. Hij werd aangeboden voor de schappelijke prijs van 15 euro. Daar kon ik geen buil aanvallen. Nederlander als ik ben, het nummer gelijk aangeschaft.

Met nog een paar clubgenoten aan de start van deze marathon met een respectvolle minuut stilte voor het overlijden van de oprichter van deze marathon: Lein Lievense.

En het lopen ging geweldig. Met een mooie grote groep mee op de stormvloedkering. Zelfs op het strand kon er nog een groepje gevormd worden. In de duinen bij Domburg kon ik gewoon doortrekken en haalde ik veel lopers in. Ooit had ik hier 1 keer onder de 4 uur gelopen. Altijd gedacht dat me dat nooit meer zou lukken. Dus wel. Op 30 km zag ik al dat ik een prima tijd zou gaan neerzetten. En dat klopte: 3:54. Marathon 109 was binnen. Hier kom ik zeker nog wel een keer terug.

Terug van weggeweest – 30x Rotterdam

Mijn laatste blog dateert al weer van 1,5 jaar geleden. Het bloggen is uit. Facebook, Instagram, Twitter, enzovoort. Het is nieuwer, gaat sneller en is het dus populairder. Onlangs moest ik weer betalen voor mijn domeinnaam. Dat bracht me op het idee om toch weer iets aan het papier toe te vertrouwen. Altijd leuk voor het nageslacht ;-). Dus hier in vogelvlucht nog even wat blogjes over de laatste 1,5 jaar.

In mijn vorige blog schreef ik over mijn avontuur met mijn allergische reactie en de marathon van Rotterdam 2018. Ook kondigde ik ons ‘opa en oma-schap’ aan. Dat is toch wel het mooiste van het afgelopen jaar. We zijn blij met de geboorte van Lizzy in augustus 2018. Een hele bijzondere ervaring. En het is een geweldig kind. Ondertussen is ze al weer ruim 15 maanden.

Hardlopen
Na de marathon van Rotterdam van 2018 ging het hardlopen in die zomer niet geweldig. Het was warm en ik kreeg 2 keer een allergische reactie. De moed zakte me in de schoenen. Ik ging steeds minder hardlopen. Hoe moest ik dit overwinnen? Hoe moest ik weer gelukkig worden in mijn (ondertussen) 5e hardloopleven? Ik was al bekend bij de allergoloog in het ziekenhuis. Die heeft nooit iets bijzonders kunnen vinden. Dus het enige wat ik van haar op kreeg was: “niet te intensief” en een antihistaminica: desloratadine. Dit zou de reactie moeten tegenhouden. Nou, dat gebeurde afgelopen zomer in ieder geval 2 keer niet. In overleg werd besloten dat ik het pilletje niet alleen voor het sporten zou gebruiken, maar iedere dag. Tegelijkertijd was ik op zoek gegaan naar alternatieven. Ik kwam bij een orthomoleculaire arts / homeopaat terecht. Hij paste mijn voeding aan en gaf me 2 homeopatische middelen. Na 6 weken gaven zijn ‘apparaten’ al verbetering aan in mijn systeem. Langzaam maar zeker ging ik meer hardlopen. Sloot weer aan bij een lagere groep bij CAV Energie en liep zelfs een (rustig) wedstrijdje. En tot op de dag van vandaag heb ik geen allergische reactie meer gehad. Uiteraard gebruik ik nog wel desloratadine en 1 homeopatisch middel. Als ik daar ooit nog een keer vanaf kom, kijken we wat er dan gebeurt.

Marathon Rotterdam
De winter 2018/2019 verliep dus goed. Ik kon zelfs 2 groepjes hoger lopen op de club. Forceren deed ik en doe ik nog steeds niet. Met de jaren gaat het sowieso al langzamer. De tijden van vroeger ga ik niet meer halen. En dat geeft ook helemaal niet. Genieten van het hardlopen en fit blijven is het belangrijkste.

De voorbereiding naar Rotterdam ging goed. Ik zou er voor de 30e keer kunnen gaan finishen. En dat is toch wel een unicum. In het najaar van 2018 dacht ik niet eens te kunnen starten. Later ging ik al berekenen hoe ‘langzaam’ ik kon lopen om op tijd binnen te zijn en toen het eenmaal zo ver was, durfde is zelfs een tijd onder de 4 uur te noemen. En dat is dan ook gelukt. In een heel vlak schema liep ik in een weer warm Rotterdam naar 3:57. Het was mijn 108e (ultra)marathon.

Na afloop een mooie huldiging op de Coolsingel. Altijd leuk om mee te maken en een trotse opa.

De weg naar Rotterdam 2018

Het was de avond van 7 december 2017. Een koude avond, want het was nog winter. De training bij de club was in volle gang. Op het programma stond 7 x 1000. Er werd hardgelopen. Ondanks dat het winter was, was het toch warm om te lopen. Er stond weinig wind en misschien was ik wel te warm gekleed.

Het was na de laatste 1000 meter dat het gebeurde. Ik voelde het in mijn gezicht. Dat zwol op. Dit herkende ik. Dit heb ik eerder gehad. Later las ik mijn archief dat het januari 2017 was geweest. Toen was ik na het douchen gelijk naar huis gegaan en na wat rillingen zwakte het af. Verder geen aandacht meer aanbesteed en geen last meer van gehad.

Nu was het terug. Ik voelde dat mijn gezicht was opgezwollen: ogen en mond (gelukkig niet in mijn keel). Jeuk en wat rode huid. Wat is dit? Weer douchen. Maar nu ging het fout

. Ik zag alles draaien en kon nog net de kleedkamer bereiken. Daarna ging het niet beter, eerder slechter. Bloeddruk onderuit en daardoor ook de hartslag. Fijn dat ik bij de club was en mijn clubgenoten goed reageerde. Voordat ik het wist stond de ambulance er en werd ik afgevoerd naar het ziekenhuis: Ecg van het hart en de bloeduitslagen waren goed. Uiteraard had ik van de ambulancebroeder al wat naalden binnen geprikt gekregen waardoor de zwelling was afgenomen.

Wat was het dan? De diagnose die ik meekreeg was: allergische reactie bij inspanning. Dan kom je later termen tegen als Anafylaxie en Urticaria. Anafylaxie is een levensbedreigend, snel verlopend ziektebeeld. Sinds een jaar of tien wordt inspanning herkend als een van de oorzaken van anafylaxie. In dit artikel kunnen jullie er wat over lezen. Later las ik er meer over en kom je nog meer medische termen tegen als Angio-oedeem, Urticaria, etc. Ik kan hier nog een medische les geven over histamine, mestcellen en nog meer. Wil je er meer over lezen: zie de artikelen onder de linkjes. In ieder geval zorgt een hoog histaminegehalte ervoor, dat de spanning om de bloedvaten wegvalt: Oftewel er is sprake van directe bloedonderdruk, waardoor lichaamsdelen en organen onvoldoende zuurstofrijk bloed krijgen aangevoerd. Het zorgt ervoor dat men het bewustzijn verliest, flauw valt en in shock raakt. Of erger ;-(.
Lees hier het verhaal van een marathonloopster en zie haar foto’s van haar opgezwollen gezicht. Zag ik er zo ook uit? Ik heb niet in de spiegel gekeken. 😉 Bij haar was het wel heftiger als ik dat zo lees.

Adrenaline als tegenhanger

Om de gevolgen van de allergische reactie aan te pakken, dient adrenaline te worden geïnjecteerd. Adrenaline zorgt ervoor dat het hart harder gaat kloppen, de bloedvaten vernauwen en de bloeddruk weer stijgt. Daarnaast zorgt het ervoor dat de ademhalingswegen weer open gaan staan, waardoor men beter lucht krijgt.

Zoals waarschijnlijk meer bekend zijn er mensen die overmatig allergisch zijn voor voedsel, bijvoorbeeld pinda’s. Deze mensen moeten standaard de Epipen dragen om snel adrenaline te kunnen toedienen.

Nadien heb ik mij gemeld bij de huisarts. Die reageerde alert en belde direct de allergoloog. Op haar advies kreeg ik direct de Epipen en een antihistaminicum (anti-allergiemedicijn). Daarnaast een afspraak bij de allergoloog. Twee keer op bezoek geweest. Veel van geleerd en gehoord. Conclusie is vooralsnog dat het met de inspanning heeft/had te maken. Voeding is min of meer uitgesloten. Meestal spelen ook nog andere factoren mee, zoals warmte, kou en hoe jezelf in je vel zit en weet ik nog al niet meer. Hierover is nog veel onbekend aldus de allergoloog. Als deze stapeling van (onbekende) factoren teveel wordt, ‘explodeert’ de boel en gaat je histaminegehalte omhoog.

Daarnaast was haar advies om niet te intensief te sporten. Dat deed ik door een groepje lager te gaan trainen. Maar volgens mij moet ik daar net zo hard rennen om bij te blijven ;-). Later bleek ik ook nog een vitamine D tekort te hebben. Dus dat wordt nu ook

grootouders

aangevuld.

Op advies van de huisarts deed ik ook een sporttest: Daar waren de resultaten gelukkig goed: de inspanningstest gaf geen afwijkingen en met een max. hartslag van 182 en een VO2 max van 51,1 mag deze binnenkort opa 😉 (had ik al verteld dat wij (Gudy en ik) binnenkort oma en opa worden) zich nog redelijk fit noemen.

Als ik nu ga hardlopen neem ik vooraf een anti-allergiemedicijn in, nog een extra tabletje mee en heb ik mijn telefoon en Epipen bij me voor noodgevallen. Kortom een hele koffer. Daarom kan ik ook niet meer zo hardlopen met al dat gewicht ;-). Een heel verhaal, maar het had veel erger kunnen zijn. Tot nu toe gaat het goed, kan ik nog steeds lekker hardlopen en geniet ik ervan.

Marathon Rotterdam
En moet ik het nu nog over de marathon gaan hebben? Die ging geweldig: 3:44:00. Zo vlak als een dubbeltje gelopen. Niet te intensief. Dat mag niet ;-). Hopelijk finish ik volgend jaar voor de 30e keer in Rotterdam. Gudy liep weer een mooie race en werd voor haar 15e finish in Rotterdam gehuldigd.

Marathon Valencia

Al weer enige tijd geleden waren we in Valencia om op 19 november de marathon te lopen. Samen met Gudy en clubgenoten Aart-Peter en Astrid was in het voorjaar deze reis geboekt. We hoorden immers goede verhalen over deze marathon. We bleken niet de enigen te zijn. Nog meer clubgenoten en andere bekende hardlopers hadden Valencia gevonden. Zo ook Rob. Hij haalde samen met zijn zus ons thuis op. Een geweldige service. Binnen enkele ogenblikken waren we op het vliegveld van Rotterdam. Als we hier vandaan kunnen vertrekken, zullen we het niet laten.

Het was vrijdag, 2 dagen voor de marathon. De vlucht vertrok op tijd. Ergens rond 17.35 uur in de avond. Binnen 2 uurtjes vlieg je naar het zuiden van Spanje. Vanaf het vliegveld sta je met de metro in 20/30 minuten in het centrum. Allemaal goed geregeld. Snel door naar het hotel. Gelukkig eten ze hier veel later dan bij ons. Soms konden we pas om 20.30 uur terecht voor een diner. Van clubgenoten Martin en Monique, die hier al een paar dagen verbleven, hoorden we over een goede pizzeria bij ons in de buurt. En dat klopte ook. Met een goed gevulde maag en een lekker biertje sliepen we in de voortreffelijke bedden.

De volgende dag aan het ontbijt. Dit is toch wel een grote marathon. Het hotel zat waarschijnlijk vol en daar was de eetzaal niet helemaal op berekend. Ach, een paar minuutjes wachten en we hadden een tafel voor 4. Alles was aanwezig in de eetzaal. Het smaakte ook prima. Het was wel zaak goed je bord te bewaken voor de Spaanse fanatieke afruimster. Met daarbij dat het ongeveer 1,5 km lopen is van start/finish van de marathon, is dit hotel zeker aan te bevelen.Na het ontbijt ons eerste loopje richting de Stad van Kunst en Wetenschap. De gebouwen zien er futuristisch uit en het water rondom de gebouwen maakt het nog spectaculairder. Het lijken wel zwembaden. Maar, helaas zwemmen is verboden. Het complex bestaat uit 6 gebouwen. Het ligt daar schitterend in het park van Valencia. Wij kwamen om ons startnummer op te halen en sfeer te proeven. De goodiebag was goed gevuld. Veel stands en kramen met sportkleding en meer. En uiteraard even bij de start en finish kijken. Bijzonder mooi. En warm. De temperatuur ging uiteindelijk naar een graad of 22. Terwijl Nederland bijna wegspoelde na een paar dagen regen, hebben wij geen wolkje gezien. Iedere dag een blauwe lucht en alleen maar zon. In de ochtend, avond en in de schaduw is het soms wel frisjes. Tijdens de marathon kon veel in de schaduw gelopen worden. De verzorging tijdens de run was perfect met flesjes water en sportdrank. Geen reden om over de kook te geraken.

De rest van de dag kwamen we goed door. Veel terrasjes en goed eten en drinken. Dat was immers belangrijk voor de dag van morgen.

Om een idee van de start en finish te krijgen. Hierboven en onder een foto van de start en de finish. En dat looptactiek: Ik ging Astrid hazen. Het doel was simpel: onder de 4 uur. En dat zou dan een persoonlijk record voor haar worden. Zo gezegd, zo gedaan. Astrid had de laatste maanden via een speciaal schema zeer goed getraind. De resultaten waren goed in de voorbereiding. Maar uiteraard moet het altijd nog even gedaan worden. De eerste 2/3 kilometer was het een beetje zoeken op het parcours. Nogal smal en vrij druk. Later werd dat veel beter en konden we goed uit de voeten.

Mijn taak was ten eerste om het tempo te bewaken. Niet te langzaam dat was het probleem ook niet en niet te snel. Met die flesjes water was het makkelijk om drank aan te geven. Met een bekertje hardlopen is dat bijna niet te doen. Meestal kom je dan met een half of leeg bekertje vocht bij je loper aan. Dit ging goed. Een flesje extra: geen probleem. Als Astrid werd aangemoedigd of er stond een band een flinke beat te drummen, dan liep ze langzaam bij mij weg. Geen probleem. Ik liep mijn tempo. Dan keek zij waar ik bleef en kwam vanzelf weer in het juiste tempo. En zo liepen wij onze kilometers heerlijk weg. Lekker genieten in de zon, van het publiek en de verkoeling van de flesjes water: 5 km 28’07”; 10 km: 56’22” (28’15”); 15 km: 1:24’33” (28’11”); 20 km: geen informatie; 21,1 km: 1:58’51”. En zo verder, maar dan wel sneller. 😉

Na ongeveer 22/23 km kwamen we weer in de buurt van de start. Heel veel publiek en de zon lekker warm in de rug. Op naar het oude centrum. Daar is het echt gaaf lopen. Smalle straten, veel schaduw en veel publiek die iedereen aanmoedigt: ” Venga, Animo”!! Op 2 punten kregen we ook nog gels aangereikt. Wat een service. We passeren de 30 km. 50 seconden voorsprong op een schema van 3:59:30. Dat gaat goed, maar het ging sneller. 😉

Tot 35 km lopen we nog in het gewenste tempo. Maar dan gaat de beer Astrid los. Waar we eerder 5 km-blokken in 5’38’ per km liepen gaat het nu naar 40 km in 5’32”!! Gemiddeld uiteraard. Het gaat harder en harder. Ik heb geen controle meer over het tempo en Astrid ;-). Het lijkt me ook niet nodig. Zij is zo sterk en blijft maar gaan. Twee of drie keer twijfel ik of ik moet aanhaken. Toch maar weer aanhaken en versnellen. Na de 40 km gaat het naar de finish in 5’15” per km.

Ik sprint in de laatste kilometers erachter aan. Ik zig zag door de menigte heen, voor zover dat netjes lukt. Daar ligt een loper op de grond en ervoor een langzame loper. Ik moet er tussendoor: “Lo siento”. Het lukt net zonder al teveel schade. De laatste bocht naar links

We lopen over het “water”. Ten minste. Het water ligt onder de houten platen. Nog 150 meter. Astrid zet nogmaals aan. Ik kijk het aan en vind het best. Ik kan de ‘schade’ op 7 seconden houden. Een vet p.r. voor Astrid: 3:56’24”. Wat een power en wat een tijd. Wil je nog bewegende beelden van ons zien, dan moet je hier klikken (zie het handje-klap op 33 seconden: dat was halverwege).

Bij de finish wachten we op Gudy die een hele vlakke race heeft gelopen en genoten heeft van deze marathon. Aart-Peter wilde net onder de 3 uur lopen en komt op 2:54. Dat is een geweldig opsteker richting Rotterdam. Hier staan mijn garmingegevens en hier vind je een mooi overzicht van de organisatie (die 3,9 km van 21,1 km tot 25 km zit me nog niet lekker ;-)).

De dagen erna genieten we nog met volle tuigen van onze prestaties en deze geweldige stad. Dat doen we lopend, in het openbaar vervoer, op de fiets en op het terras en het strand. Hier kom ik zeker nog eens terug.

  

Kustmarathon: slim lopen

Als je aan de kustmarathon wil meedoen, moet je toch wel een beetje masochistisch zijn. Dat dacht ik jaren geleden toen ik er voor de eerste keer aan begon. Het was ook soms heel zwaar. De zelfkastijding was niet altijd prettig. De weersomstandigheden (lees: zuidwesten wind) en het getij (hoog water) spelen een grote rol in deze marathon. Dan heb ik het nog niet over de duintoppen die je moet bedwingen. Het eindresultaat bij de finish in de Langstraat in Zoutelande is alles bepalend wat moedertje natuur je onderweg laat beleven. De uiterste van mijn eindtijden laten dat ook zien: 3:57 om 4:51.

Met de jaren ben ik het parcours goed gaan kennen (en waarderen). Al 4 keer eerder liep ik de kustmarathon en een aantal keer de zeeuwsetrainingslopen van Jacqueline. Het is de kunst om deze wedstrijd goed in te delen: slim lopen. Hoe je dat doet is mede afhankelijk van het eerder genoemde weer. Heb je wind mee of tegen en hoe ligt het strand erbij? Het is zaak niet zo snel te starten als in een vlakke asfaltmarathon. Daarentegen mag het ook niet te langzaam gaan. Want, zoals je waarschijnlijk weet, boek je bij een marathon in het tweede gedeelte meestal niet heel veel tijdwinst. Sterker nog, de gemiddelde loper, verliest het tweede gedeelte tijd. Dus is het zaak om slim te lopen.

Dit jaar vond ik het wel weer eens tijd voor de Kustmarathon (op 7 oktober). Een paar clubgenoten liepen ook mee. En dat verhoogt altijd de feestvreugde. Zeker als er lopers bij zijn die hier nog geen meter gelopen hebben, laat staan weten waar Westkapelle ligt. In de week daarvoor even een startnummertje zoeken, want er zijn, zoals bij alle grote evenementen, altijd voortvarende lopers die op 1 januari 0:00 uur klaar zitten om op de knop ‘inschrijving’ te drukken en er maanden later achter komen dat dat toch niet zo’n goed idee was (Gold niet voor Jaap) ;-).

Ik kon met Toon en Gina meerijden. Direct door naar Burgh. Dat scheelde veel tijd. Pas om 10 uur vertrekken uit Rotterdam en 12 uur klaar staan voor het startschot, dat op de 12e slag van de kerkklok van Burgh afgaat.
En daar gingen we. De weersvoorspelling was niet best: regen, windkracht 6/7 (tegen). De eerste kilometers in het dorp en het duingebied van Westerschouwen gingen nog goed qua weer. Het strand op, circa een kilometer met wind in de rug. Dan keren we de stormvloedkering op. Daar staat de wind tegen. Staat die nou op kop of komt hij uit het westen? Er vormen zich groepen. Daar had ik al opgehoopt: slim lopen. Het

Ja ja, ik loop hier (even) alleen: niet slim lopen

tempo ligt tussen de 5’10” en 5’20” per kilometer. Dat is mooi. Niet te snel en niet te langzaam. Het is zaak bij de groep te blijven. Soms moet ik hiervoor een stukje aanzetten. Alleen lopen is geen optie met deze wind: slim lopen. De regen slaat naar beneden. Mijn shirt is al door en door nat. Ik heb mouwtjes aan om de armen warm te houden. De temperatuur is best goed, dus echt koud is het niet.
Iedereen wil aan de linkerzijde van de weglopen. Het is zoeken en ‘vechten’ voor je plekje. Clubgenoten Ton en Lammert zijn op 3 km ‘vertrokken’. Ton is een mooi richtpunt met zijn rode petje. Ik zie ze lopen in een groep voor me.

Op Neeltje Jans ineens aanmoedigingen, foto’s en films van Rob en Sander. Een verrassing en heel leuk dat deze 2 clubgenoten hier staan. Op Neeltje Jans is het moeilijk lopen: harde regen en wind tegen. Na de drankpost slaat de groep enigszins uit elkaar. Ik probeer weer bij wat lopers te komen. Ook onder deze omstandigheden zijn er altijd lopers die op kop willen lopen: Ik laat ze vandaag voorgaan: slim lopen.
Ons groepje heeft ondertussen de groep van Lammert en Ton ingehaald. Op de Veerse dam bij de volgende drankpost slaat de groep weer wat uit elkaar. Lammert en Ton lopen het gat naar de groep dicht. Ik merk dat ik hiervoor te hard moet werken, en met het strand op komst besluit ik iets rustiger te lopen. Ik weet immers wat er nog gaat komen. De kilometers na het strand zijn immers nog zwaarder: slim lopen.Het strand is qua ondergrond redelijk te belopen. Het had slechter gekund. De halve marathon gaat in iets van 1:54:30. De tussentijd van de organisatie klopt niet veel van: 1:47:48. Dat zal wel 20 km zijn geweest. De wind staat hier duidelijk op kop. Ik probeer weer in een groep te lopen of aan te pikken als er een loper inhaalt: slim lopen. Zo is het zwoegen naar strandpaviljoen De Piraat. Daar mogen we, na ongeveer 6,5 km strand, de duinen in.

Hier gaat het pas echt beginnen. De duinen worden hoger en de wind soms feller tegen. Ik zie Ton en Lammert lopen. Na Domburg haal ik ze in. Lammert loopt uiteindelijk met mij op tot de finish. Ton zit slechts een paar minuten achter ons. Ze hebben het geweldig gedaan als je hier voor het eerst van je leven komt ;-).
Het tempo zit er nog goed in na Domburg. Kijk ik nu nog eens in mijn trainingsschema terug, dan zijn er niet heel veel kilometers gemaakt. Na uit uitvallen bij de Molenweiloop (hamstring) op 30 augustus en de vakantie daarna in Ierland, kan ik niet zeggen dat er sprake was van een ideale voorbereiding. Eigenlijk heb ik weinig kilometers gemaakt. De verste loop was bij de Smokkelaarstrail. Met een stuk inlopen kwam ik nog net niet aan de 30 km. Hoe kom ik dan aan die goeie benen? Lees aan het eind van dit verhaal (‘Frisse benen’).

Na Domburg komen we op 31/32 km. Het duingebied is hier nog niet hoog. Het is wel glooiend. Ik herinner me hier de vorige marathons en vond dit geen fijn stuk en best moeilijk lopen. Nu gaat het voortvarend. Ik kan tempo blijven lopen met Lammert. Bij Westkapelle komt de wind echt uit een rot hoek. Hier worden je benen bijna onder je lichaam vandaan geblazen. Dit is echt een zwaar stuk. Na de tank komt de wind weer in de rug. Op naar de laatste en hoogste duinen met nog een paar gemene trappen in Zoutelande.

Ik kan gewoon hardlopend naar boven. Wandelen is niet nodig. Zelfs de hoogste duinen kan ik hardlopend op. Uiteraard wel heel langzaam, want ze zijn hier vrij hoog. Voor de laatste keer het strand op. In de branding kunnen we nog op een stukje verhard zand lopen. De trap op naar de finish. Ik besluit een stukje te filmen (wel je computer even omdraaien en geluid aan rechts onderin).

De laatste draai in de Langstraat in. Daar is de laatste berg zand met de finishlijn: 4:03:49. Wat een tijd. Dit had ik zelf ook niet verwacht. De medaille en het t-shirt worden in ontvangst genomen. Na een heerlijk warme douche rijden we tevreden naar huis. Hier zien ze me nog wel eens een keer terug. 😉

Frisse benen
In de categorie baat het niet dan schaadt het hopelijk niet, gebruik ik sinds de Marathon Rotterdam zo nu en dan (dus helemaal niet veel; moet er zelf ook nog aan wennen) supplementen met antioxidanten, in dit geval N-acetylcysteine (NAC). Uit diverse onderzoeken blijkt dat dit middel een positief effect heeft zou kunnen hebben op de prestatie en herstel.

Een stukje tekst van deze website:
“Antioxidanten
Atleten verbruiken bij het sporten zuurstof, waarbij vrije radicalen ontstaan. Deze kunnen schadelijk zijn als ze reacties aangaan met bijvoorbeeld eiwitten in de spiercellen. Het lichaam kan zelf antioxidanten aanmaken, die vrije radicalen kunnen neutraliseren. Ook voedsel (groente en fruit) bevat antioxidanten, vaak in de vorm van vitaminen. Het is mogelijk dat het lichaam bij zeer zware inspanning niet voldoende antioxidanten kan aanmaken om alle vrije radicalen te neutraliseren. Dit zou een negatief effect kunnen hebben op het herstel of de werking van de spiercellen. Australische onderzoekers hebben daarom uitgezocht of supplementen met antioxidanten een positief effect kunnen hebben op sportprestatie en spierherstel.”

Bovendien heb ik via via 😉 van een bepaalde sporter vernomen dat een arts herhaaldelijk aan die sporter vroeg: “Heb je nu al N-acetylcysteine (NAC) gebruikt? Dat helpt echt.” En hij stuurde deze website mee. Nog zo maar wat websites waar je er iets over kan lezen: hier en hier. 
Nac zit ook in fluimucil. Vrij te verkrijgen bij het Kruidvat. Ik heb onlangs een pot pillen in de USA gekocht: goedkoper en een grotere hoeveelheid.

Zoals ik al zei. Ik gebruik het tot nu toe zeer zelden. Een paar keer na wat zware trainingen en voor 2 marathons (slechts 3 dagen 600 mg per dag; dat mag best 1200 mg per dag zijn). Er na heb ik het nog niet veel gebruikt. Of het werkt, geen idee. Feit is wel dat ik zowel in Rotterdam als Zeeland geen slechte benen kreeg en gewoon ‘gas’ kon blijven geven. Er zijn vast ook onderzoeken dat het gebruik niet bewezen is.
Doe ermee wat je wil, maar als ik jullie bij de volgende wedstrijd over het parcours zie vliegen, dan weet ik voldoende.

Daar komt nog bij dat ik bij de genoemde 2 marathons ook extra gelet heb op mijn voeding (lees: koolhydraten stapelen). Gudy zal deze maand de opleiding tot gewichtsconsulent afronden en kon mij precies voorschrijven hoeveel en wat ik, bij mijn gewicht, etc, aan koolhydraten per dag moest eten en drinken. Dat heb ik gedaan. En dat heeft ook zeker bijgedragen een deze goede prestaties. En dat moet nog beter worden als zij ook de opleiding ‘Sport & Voeding’ volbracht heeft. 🙂